‘De Vermeulens die toen nog in het landhuis woonden, lieten zich in met de grenssmokkel. Zij deden dat deels uit patriotisme, deels en vooral uit winstbejag. Zij hielpen mensen ontsnappen naar Nederland. Die werden onder begeleiding van passeurs doorheen de dodendraad geholpen. Ze werden bijeengebracht in de geheime kelder van het landhuis, in groepjes van tien en werden via de ondergrondse gang voorbij een Duitse waakpost gebracht. Dan hadden ze te voet nog maar een korte, relatief veilige afstand af te leggen naar de draad. Met behulp van de kennis en ervaring van de passeurs, geraakten ze ongeschonden aan de overkant. ‘Dat was het patriottische deel van het verhaal van de familie Vermeulen, waarvoor ze zichzelf na de oorlog uitgebreid op de borst zouden kloppen en gelauwerd worden als verzetshelden. Maar ze zwegen over hun andere smokkelactiviteiten, die minder altruïstisch waren. ‘Hoewel de meeste smokkelwaar, zoals boter, meel en zeep, van Nederland naar België ging vanwege de tekorten hier, was er aan het einde van de oorlog in Nederland juist een grote schaarste aan sigaren. De nood was zo groot dat de Nederlandse overheid sigaren op de bon deed, wat de zwarte handel en smokkel langs de grens aanwakkerde. ‘Als sigarenfabrikant zat de familie Vermeulen nu op rozen. Ze namen een paar vluchtelingen in dienst die verstand hadden van het draaien van sigaren. Die leefden ondergedoken in het landhuis. Via hun smokkelroute haalden ze tabak in Nederland en exporteerden hun sigaren via dezelfde weg terug. Ze werden zienderogen schatrijk. ‘Maar toen sloeg de vloek van de heks toe. Elizabeth Vanthuyne, de negentienjarige jonge dochter van Hanna Vermeulen en Maurice Vanthuyne, deed actief mee aan de smokkelactiviteiten. Zo kwam ze in contact met Gerald Ghyselinck, een jonge Nederlandse passeur. Ze werden smoorverliefd en hadden het voornemen om na de oorlog te trouwen. Maar dat was buiten Hendrik Vermeulen gerekend. De vijfenzeventigjarige pater familias, was helemaal niet opgezet met hun romance. Hij vond Gerald geen geschikte huwelijkskandidaat voor zijn kleindochter, omdat hij behalve zijn inkomsten uit de smokkel geen écht beroep had. Zijn kreupele moeder en drankverslaafde vader waren te berooid om er notitie van te nemen, laat staan om ze als familie te aanvaarden. ‘Hij ontzegde Gerald de toegang tot zijn domein en verbood zijn kleindochter om nog contact met hem te zoeken. Toch bleven de geliefden elkaar ’s nachts in het geheim ontmoeten, aan de uitgang van de ondergrondse gang, in het bos aan de rand van het domein. ‘Op 18 november 1918, een week na de wapenstilstand, werd het lichaam van Gerald Ghyselinck geëlektrocuteerd aangetroffen, hangend aan de Dodendraad. Zijn dood was totaal
onverklaarbaar. Op de dag van de ondertekening van de wapenstilstand, 11 november 1918, werd de dodelijke spanning van 2000 Volt onmiddellijk uitgeschakeld en werd de draad ongevaarlijk. Hoe was het dan mogelijk dat hij toch geëlektrocuteerd werd, wetende dat hij als ervaren passeur, tientallen, zo niet honderden mensen veilig doorheen de draad had geloodst? ‘De politie heeft het raadsel nooit kunnen oplossen en de zaak werd gesloten met “blikseminslag” als vermoedelijke doodsoorzaak. Elizabeth was ontroostbaar. Ze verdacht haar grootvader en andere familieleden van op z’n minst medeplichtigheid aan de dood van haar geliefde, maar ze vond geen bewijzen. Verbitterd trok zij zich terug en werd kloosterzuster, ver van huis, in het Clarissenklooster van de Arme Klaren in Ronse, in de Vlaamse Ardennen. ‘De dood van de Nederlandse passeur blies de sage van Alijt de heks van het Bosduinven nieuw leven in. De dorpelingen herinnerden zich de vloek, waarbij Alijt luidkeels verkondigde: “Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt.” ‘Zal er in de toekomst weer een of ander ongeluk gebeuren dat toegewezen kan worden aan de vloek van de heks? Niemand die het kan voorspellen. Maar alleszins, de educatieve opstelling van een stuk van de Dodendraad, vlakbij het domein Ten Bosduin, is een stille getuige die herinnert aan de doden die op die plek gevallen zijn, niet alleen in de oorlog, maar ook door ongelukken, of… door moord, zoals deze op Victor Luyten. Wat er ook van is, de vloek van Alijt maakt integraal deel uit van wat ons allen boeit in het Bosduinmysterie… Ik dank u voor uw aandacht.’’
Het Bosduinmysterie – het boek

De Lezing door Elias Van Gorp

deel 3
Einde van het verhaal
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Het Bosduinmysterie - bonusverhaal
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek

De Lezing

door Elias Van Gorp

Het Bosduinmysterie bonusverhaal
‘De Vermeulens die toen nog in het landhuis woonden, lieten zich in met de grenssmokkel. Zij deden dat deels uit patriotisme, deels en vooral uit winstbejag. Zij hielpen mensen ontsnappen naar Nederland. Die werden onder begeleiding van passeurs doorheen de dodendraad geholpen. Ze werden bijeengebracht in de geheime kelder van het landhuis, in groepjes van tien en werden via de ondergrondse gang voorbij een Duitse waakpost gebracht. Dan hadden ze te voet nog maar een korte, relatief veilige afstand af te leggen naar de draad. Met behulp van de kennis en ervaring van de passeurs, geraakten ze ongeschonden aan de overkant. ‘Dat was het patriottische deel van het verhaal van de familie Vermeulen, waarvoor ze zichzelf na de oorlog uitgebreid op de borst zouden kloppen en gelauwerd worden als verzetshelden. Maar ze zwegen over hun andere smokkelactiviteiten, die minder altruïstisch waren. ‘Hoewel de meeste smokkelwaar, zoals boter, meel en zeep, van Nederland naar België ging vanwege de tekorten hier, was er aan het einde van de oorlog in Nederland juist een grote schaarste aan sigaren. De nood was zo groot dat de Nederlandse overheid sigaren op de bon deed, wat de zwarte handel en smokkel langs de grens aanwakkerde. ‘Als sigarenfabrikant zat de familie Vermeulen nu op rozen. Ze namen een paar vluchtelingen in dienst die verstand hadden van het draaien van sigaren. Die leefden ondergedoken in het landhuis. Via hun smokkelroute haalden ze tabak in Nederland en exporteerden hun sigaren via dezelfde weg terug. Ze werden zienderogen schatrijk. ‘Maar toen sloeg de vloek van de heks toe. Elizabeth Vanthuyne, de negentienjarige jonge dochter van Hanna Vermeulen en Maurice Vanthuyne, deed actief mee aan de smokkelactiviteiten. Zo kwam ze in contact met Gerald Ghyselinck, een jonge Nederlandse passeur. Ze werden smoorverliefd en hadden het voornemen om na de oorlog te trouwen. Maar dat was buiten Hendrik Vermeulen gerekend. De vijfenzeventigjarige pater familias, was helemaal niet opgezet met hun romance. Hij vond Gerald geen geschikte huwelijkskandidaat voor zijn kleindochter, omdat hij behalve zijn inkomsten uit de smokkel geen écht beroep had. Zijn kreupele moeder en drankverslaafde vader waren te berooid om er notitie van te nemen, laat staan om ze als familie te aanvaarden. ‘Hij ontzegde Gerald de toegang tot zijn domein en verbood zijn kleindochter om nog contact met hem te zoeken. Toch bleven de geliefden mekaar ’s nachts in het geheim ontmoeten, aan de uitgang van de ondergrondse gang, in het bos aan de rand van het domein. ‘Op 18 november 1918, een week na de wapenstilstand, werd het lichaam van Gerald Ghyselinck geëlektrocuteerd aangetroffen, hangend aan de Dodendraad. Zijn dood was totaal onverklaarbaar. Op de dag van de ondertekening van de wapenstilstand, 11 november 1918, werd de dodelijke spanning van 2000 Volt onmiddellijk uitgeschakeld en werd de draad ongevaarlijk. Hoe was het dan mogelijk dat hij toch geëlektrocuteerd werd, wetende dat hij als ervaren passeur, tientallen, zo niet honderden mensen veilig doorheen de draad had geloodst? ‘De politie heeft het raadsel nooit kunnen oplossen en de zaak werd gesloten met “blikseminslag” als vermoedelijke doodsoorzaak. Elizabeth was ontroostbaar. Ze verdacht haar grootvader en andere familieleden van op z’n minst medeplichtigheid aan de dood van haar geliefde, maar ze vond geen bewijzen. Verbitterd trok zij zich terug en werd kloosterzuster, ver van huis, in het Clarissenklooster van de Arme Klaren in Ronse, in de Vlaamse Ardennen. ‘De dood van de Nederlandse passeur blies de sage van Alijt de heks van het Bosduinven nieuw leven in. De dorpelingen herinnerden zich de vloek, waarbij Alijt luidkeels verkondigde: “Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt.” ‘Zal er in de toekomst weer een of ander ongeluk gebeuren dat toegewezen kan worden aan de vloek van de heks? Niemand die het kan voorspellen. Maar alleszins, de educatieve opstelling van een stuk van de Dodendraad, vlakbij het domein Ten Bosduin, is een stille getuige die herinnert aan de doden die op die plek gevallen zijn, niet alleen in de oorlog, maar ook door ongelukken, of… door moord, zoals deze op Victor Luyten. Wat er ook van is, de vloek van Alijt maakt integraal deel uit van wat ons allen boeit in het Bosduinmysterie… Ik dank u voor uw aandacht.’

deel 3

Einde van het verhaal
cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek