gezellig thuiskomen op de plaats delict

vlaamse cosy crime mysteries

Lees een bladzijde uit het verhaal

vanwege niet inpasbaar in haar visie, kan nauwelijks haar opwinding verbergen. ‘Ja,’ zegt Hilde, die er ook komt bijstaan, ‘maar Ward zou toch nooit… Allee, dat is toch een goeie mens. ’Sofie kijkt naar de grond. ‘Ik hoop dat het niet waar is van Ward, maar soms… soms kent ge mensen minder goed dan ge denkt.’
Mieke, die probeert om de voetjes op de grond te houden, probeert het nog eens. ‘Waarom zou hij haar iets willen aandoen?’ zegt ze. ‘En bovendien: de doodsoorzaak is nog niet eens gekend.’ Het kan iets totaal anders zijn dan moord, of… iemand anders dan Ward.’ ‘Ik zeg niet dat hij het gedaan heeft,’ zegt Annelies, lichtjes geërgerd door zoveel nuchter verstand, ‘maar toch… Sofie denkt er ook zo over.’ De kring zwijgt. Iedereen, behalve Mieke misschien, denkt hetzelfde, maar niemand zegt het hardop. Zo gaat dat in Bosduin: één fluistering wordt een vermoeden. Eén vermoeden wordt een verhaal en een verhaal wordt de waarheid, lang voor iemand de feiten kent. Een paar meter verder staat Meester Hugo, die net de schoolpoort opent. Hij vangt flarden op, maar doet alsof hij niets hoort. In Bosduin is zwijgen een vorm van beleefdheid. De schoolbel rinkelt. De kinderen stormen naar buiten. De opwinding over het nieuws van de dag ebt even weg, terwijl de kindjes alle aandacht krijgen. Maar de woorden blijven hangen in de koude ochtendlucht en in de hoofden van de mama’s.
privacy beleid
‘Hebt ge het al gehoord van Martha,’ zegt Annelies en terwijl ze haar stem verlaagt, ‘zou het moord zijn, wat denkt gij?’ Ze zegt het hoopvol, op samenzweerderige toon en met glinsterende ogen. Sofie spert haar ogen wijd open, slaat haar vrije hand voor haar mond en doet alsof ze hevig geschrokken is, stil genietend van de nieuwste roddel die eraan komt. ‘M-moord , zegde? Wie zou haar…’ Els, een andere moeder, komt erbij staan. ‘’t Is toch wel raar,’ zegt ze, ‘Zo plots. Zo jong nog.’ ‘Ja,’ antwoordt Annelies, ‘en geen mens die weet wat er gebeurd is. De dokter zei niks, hé? Maar ik heb gehoord dat hij er niet gerust in was.’ ‘Ze ging toch vaak naar Ward? Bijna elke dag,’ zegt Els weer. Sofie trekt haar wenkbrauwen op. ‘Ik heb haar de bakkerij zien binnengaan, maar was het nu zaterdag of zondag, daar wil ik vanaf zijn,’ zegt ze. ‘Dat is het juist,’ fluistert Els, ‘ze ging altijd naar Ward. Altijd. Op de duur valt dat op.’ ‘’t Is wel een bakker natuurlijk, dus niet zo ongewoon, toch?’ zegt Mieke, die erbij gekomen is, de nuchterste van allemaal. ‘Ze had er toch niet mee te doen, of zo? Allee, ik bedoel, een affaire of zo?’ Sofie, die de opmerking van Mieke bewust negeert,
Sofie, Annelies en Els
ALGEMEEN MENU
HALLOWEENMOORD OP DE CAMPING
HET BOSDUINMYSTERIE

HET BOSDUINMYSTERIE

vlaamse cosy crime mysteries
gezellig thuiskomen op de plaats delict

Lees een bladzijde

uit het verhaal

cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press info.contact@cosycrime.be
Creatief Koken de              passie kookvurige
HALLOWEENMOORD OP DE CAMPING
HET BOSDUINMYSTERIE
MENU

HET BOSDUINMYSTERIE

‘Hebt ge het al gehoord van Martha,’ zegt Annelies en terwijl ze haar stem verlaagt, ‘zou het moord zijn, wat denkt gij?’ Ze zegt het hoopvol, op samenzweerderige toon en met glinsterende ogen. Sofie spert haar ogen wijd open, slaat haar vrije hand voor haar mond en doet alsof ze hevig geschrokken is, stil genietend van de nieuwste roddel die eraan komt. ‘M-moord , zegde? Wie zou haar…’ Els, een andere moeder, komt erbij staan. ‘’t Is toch wel raar,’ zegt ze, ‘Zo plots. Zo jong nog.’ ‘Ja,’ antwoordt Annelies, ‘en geen mens die weet wat er gebeurd is. De dokter zei niks, hé? Maar ik heb gehoord dat hij er niet gerust in was.’ ‘Ze ging toch vaak naar Ward? Bijna elke dag,’ zegt Els weer. Sofie trekt haar wenkbrauwen op. ‘Ik heb haar de bakkerij zien binnengaan, maar was het nu zaterdag of zondag, daar wil ik vanaf zijn,’ zegt ze. ‘Dat is het juist,’ fluistert Els, ‘ze ging altijd naar Ward. Altijd. Op de duur valt dat op.’ ‘’t Is wel een bakker natuurlijk, dus niet zo ongewoon, toch?’ zegt Mieke, die erbij gekomen is, de nuchterste van allemaal. ‘Ze had er toch niet mee te doen, of zo? Allee, ik bedoel, een affaire of zo?’ Sofie, die de opmerking van Mieke bewust negeert, vanwege niet inpasbaar in haar visie, kan nauwelijks haar opwinding verbergen. ‘Ja,’ zegt Hilde, die er ook komt bijstaan, ‘maar Ward zou toch nooit… Allee, dat is toch een goeie mens. ’Sofie kijkt naar de grond. ‘Ik hoop dat het niet waar is van Ward, maar soms… soms kent ge mensen minder goed dan ge denkt.’ Mieke, die probeert om de voetjes op de grond te houden, probeert het nog eens. ‘Waarom zou hij haar iets willen aandoen?’ zegt ze. ‘En bovendien: de doodsoorzaak is nog niet eens gekend.’ Het kan iets totaal anders zijn dan moord, of… iemand anders dan Ward.’ ‘Ik zeg niet dat hij het gedaan heeft,’ zegt Annelies, lichtjes geërgerd door zoveel nuchter verstand, ‘maar toch… Sofie denkt er ook zo over.’ De kring zwijgt. Iedereen, behalve Mieke misschien, denkt hetzelfde, maar niemand zegt het hardop. Zo gaat dat in Bosduin: één fluistering wordt een vermoeden. Eén vermoeden wordt een verhaal en een verhaal wordt de waarheid, lang voor iemand de feiten kent. Een paar meter verder staat Meester Hugo, die net de schoolpoort opent. Hij vangt flarden op, maar doet alsof hij niets hoort. In Bosduin is zwijgen een vorm van beleefdheid. De schoolbel rinkelt. De kinderen stormen naar buiten. De opwinding over het nieuws van de dag ebt even weg, terwijl de kindjes alle aandacht krijgen. Maar de woorden blijven hangen in de koude ochtendlucht en in de hoofden van de mama’s.
Sofie, Annelies en Els