privacy beleid
Deze pagina’s bevatten fragmenten uit het boek, meestal gekoppeld aan een personage. Het zijn soms echte spoilers, die de leespret kunnen bederven. Voor wie absoluut verrast wil worden door de intriges en de verschillende verhaallijnen, die leest best niet verder. Je bent gewaarschuwd!
Spoilers!
Bosduin “Centrum” Het is een fictieve woonwijk ergens tussen Kalmthout en Wuustwezel, maar in de hoofden van de bewoners is het een dorp op zich. Je vindt er trouwens bijna alles wat je in een dorp mag verwachten om er je boodschappentas mee te vullen: er is een warme bakker, een kruidenier, een hoevewinkel. En op woensdag is er de wekelijkse marktdag, met vijf kraampjes. Wij leven hier hopelijk lang, maar zeker gelukkig. Tot onze gemeenschap plots opgeschrikt wordt door vreemde gebeurtenissen: een verdwenen pastoor, een verdacht overlijden… en een moord. Freelance journalist Victor Luyten wordt dood gevonden bij de historische Dodendraad.
Lotte Debeys, wijkagente ‘Jef, ik ben ongerust.’ Ik kijk haar vragend aan. ‘Ik heb een gesprek gehad met Victor Luyten, je weet wel, de freelancejournalist. Hij zegt dat hij iets “groots” op het spoor is. Hij wou nog niet zeggen wat, maar het zou inslaan als een bom beweerde hij.’ ‘En geen idee waarover het gaat?’ ‘Neen, hij had het over “veel geld” en “gesjoemel” maar meer wou hij niet zeggen. Binnenkort zou hij er een artikel over publiceren in zijn column in De Kempense Dorpsgazet. Hij wou enkel lossen dat het artikel “heel Bosduin op z’n kop zal zetten.”’
Victor Luyten, journalist ‘Wat ik aan jou vraag, Jef, is om dit memory stickje bij je te houden. Er staan belangrijke documenten op over de zaken waarmee ik bezig ben, onderzoeks-resultaten, interviews, foto’s en zo meer. De personen die in beeld komen, weten dat ik mijn voorzorgen neem door mijn bevindingen aan iemand in bewaring te geven. Ik hoop dat het helpt. Mij monddood maken lost voor hen niets op. De bewijzen die ik tegen hen verzameld heb, blijven bestaan. Dat is mijn levensverzekering.’ ‘En wat wil je dat ik met dat stickje doe, Victor?’ ‘Je moet het gewoon bijhouden tot ik dood ben. Daarna zal ik je laten weten wat je ermee moet doen…’
Fons De Coster… is de koster De deur van De Postiljon vliegt open, met meer geweld dan normaal is in dit rustige etablissement. Fons De Coster stapt met zware pas binnen. ‘De pastoor is verdwenen!’ Hij roept het bijna, je voelt de spanning en de emotie in z’n stem. We kijken hem allemaal met open mond aan. ‘Wat bedoel je, Fons, …verdwenen?’ vraagt Jolande. ‘Hij was niet op tijd voor de ochtendmis. Dat vond ik al raar. Toen hij er na een half uur nog niet was, heb ik die vijf vrome zielen die er op de dienst zaten te wachten, naar huis gestuurd. Dan ben ik naar de pastorij gegaan om te kijken wat er aan de hand was.’
Pastoor Cornelis Proost ‘Dus je verdenkt beide zoons van moord?’ ‘Ja, dat zou kunnen. Eén van hen is ondertussen ook overleden, de andere woont hier nog. Ik kan nog altijd naar de politie stappen met m’n vermoedens, maar ja, ik kan niets bewijzen.’ ‘En wie is die andere zoon die nog in leven is, Cornelis?’ ‘Gustaaf Vermeulen.’ Wat verderop staat iemand gehaast op van het bankje naast ons. Geschrokken, lijkt het wel. Ik was te zeer verbaasd over het verhaal van de pastoor, om te zien wie het was.
Minus Van Thysskes, dorpsfilosoof ‘De waarheid kwam te laat. De schade is onherstelbaar. Hij heeft niet geboet voor z’n fouten, niet tot voor kort, natuurlijk.’ Hij zucht, drinkt de rest van z’n glas leeg en staat op. Hij kijkt me doordringend aan. ‘En weet ge Jef, ik heb er geen spijt van dat hij dood is. Het is z’n verdiende loon! Ik besef dat ik geen sluitend alibi heb, wel een kei van een motief en toegegeven: vanaf dat ik wist wie hij was, had ik héél veel goesting om hem zelf van kant te maken.’
Margriet Vermeersch, bibliothecaresse ‘Ofwel ontkent hij en dan wil ik een sluitend alibi met uitleg over zijn tijdsgebruik op dat ogenblik van de dag.’ ‘Hij… hij was bij mij. ’s Morgens.’ Lotte kijkt haar aan. Eerst het grote ogen, die ze vernauwt tot spleetjes. ‘Je geeft hem een alibi?’ ‘Hij kwam bij mij langs voor hij naar school ging. Hij kan geen tijd gehad hebben om naar de Dodendraad te gaan.’ ‘Kan je me zeggen van wanneer tot wanneer hij bij jou was?’ ‘Zoals ik zeg, kort voor hij zou vertrekken naar school. Ik hou geen logboek bij met datum en uur van zijn bezoekjes. Het is mijn zoon.’
Jef Vandepoele, verteller
Ward Peeters, warme bakker ‘En ge hebt gelijk: er stinkt hier van alles. Iedereen in dit dorp heeft geheimen. Iedereen!’ Hij wijst naar verschillende mensen: ‘Gustaaf, met zijn kasteel waar zogezegd niets mee aan de hand is… hebt gij trouwens de pastoor onlangs nog gezien, Gustaaf? Neen? Dacht ik al.’ Ward prikte precies waar het pijn doet. Hij kijkt snoevend in het rond. ‘Jaja, ik hoor wel eens wat als ik achter mijn toog sta om patéekes te verkopen. Ik zeg het: iedereen komt aan de beurt als Victor z’n zin doordrijft.’ Nu kijkt Ward, Victor recht in de ogen. ‘Maar ge moet goed beseffen jongen: ge maakt vijanden. En sommige vijanden zijt ge beter kwijt dan rijk.’
Gustaaf Vermeulen, kasteeleigenaar ‘Ik herhaal, ik verkoop het domein en het landhuis Ten Bosduyn niet. Nooit! En wat een onzin! Er ligt helemaal geen schat, anders had ik die wel gevonden.’ Dan Victor weer, hij is in topvorm vandaag! ‘Meneer Vermeulen, u weigert uw landgoed te verkopen. Is dat puur uit sentiment of omdat u – of één van uw familieleden – daar iets te verbergen hebben? Bijvoorbeeld omdat er bepaalde activiteiten gebeuren in uw landhuis, in de kelder, in de keuken? Of is het iets uit uw persoonlijke verleden dat tot vandaag doorspeelt? Een familiegeheim misschien?’
Josepha Vermeulen, dochter van… ‘Jij bent een mol,’ zegt ze met afschuw in haar stem. ‘De reden dat je tot onze Confrérie toegetreden bent is om mij tot de verkoop van Ten Bosduyn te dwingen. En ik, dwaas die ik ben, ik heb je zelf voorgesteld om toe te treden. Op voorspraak van een paar andere leden uit ons gezelschap.’ ‘Ach, Achtbare Smaakmeester toch, ik schat jouw capaciteiten hoog in, jouw ondernemerschap, jouw meedogenloosheid als het moet, jouw berekende charme… Nooit gedacht dat iemand met een sterk karakter zoals jij ook zo naïef kan zijn. Kijk om je heen. Ik ben de mol? Je zit verdorie op een heuse molshoop! De helft van jouw clubje zit met handen en voeten gebonden aan Tranquilla en aan het criminele milieu dat erachter schuilgaat.’
Mante Vandezande van “De Vlierbes” ‘De vloek van Alijt,’ zegt ze, ‘daarvoor moet je bij mij zijn hé, ik ben toch haar opvolgster, is het niet, Fonne?’ Fonne gromt iets onverstaanbaars en kijkt geconcentreerd naar het laatste restje koffie in zijn tas. ‘Maar zelfs ik, als heks zijnde, heb er zo mijn twijfels over of dat inderdaad de doodsoorzaak was, dan wel een goed gecamoufleerde… moord. Ik wil dus eerst wel eens precies weten wat de politie gaat ontdekken over de dood van Victor, vooraleer ik de schuld ervan toeschrijf aan de vloek van Alijt, mijn geliefde bet-bet-overgrootmoeder.’ Al lachend kletst ze haar handen op tafel en bestelt met een knipoog naar Jolande: ‘Een heksenkruidenthee alsjeblief, of doe toch maar een gewone muntthee.’
Het Bosduinmysterie - het boek Het Bosduinmysterie - het boek Het Bosduinmysterie - het boek
Laurent Vermeulen, ICT-nerd ‘Zeg, Laurent, nu je het zegt, Ward deed ook al zo raar tijdens de hoorzitting. Het scheelde niet veel of hij ging met Victor op de vuist. Je hebt daar wel een spektakel gemist, jongen! Jij was er niet denk ik? Ik heb je er alleszins niet gezien?’ Hij kijkt me aan, weer glimlachend en licht hoofdschuddend. ‘Daar gaan we weer! Je kan het niet laten hé, Jef? Vraag dan gewoon naar mijn alibi voor de avond van de moord op Victor.’ ‘Euh… Laurent, heb ik gezegd dat het moord was?’ Nu kijkt hij me aan alsof hij betrapt is met z’n hand in de snoeppot. ‘Wel, euh… als het geen blikseminslag is, dan blijft er niet veel anders over, toch?’ ‘N-neen,’ zeg ik gemaakt aarzelend, ‘misschien niet, hoewel ik me nog een paar andere scenario’s dan moord kan voorstellen.’  
Ik ben klaar om jullie mee te nemen in een fantastisch avontuur: “Het Bosduinmysterie”! Op deze pagina ga ik je laten kennismaken met ons prachtige fictieve gehuchtje en ook met de hoofdrolspelers in het verhaal. Ze worden voorgesteld met fragmenten uit het boek én met hun foto. Als je nét zo een speurneus bent als ik, dan kan je misschien wel, op het einde van de reeks, zelf de dader aanwijzen. Veel plezier ermee!
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
HETBOSDUINMYSTERIE
het boek
Deze pagina’s bevatten fragmenten uit het boek, meestal gekoppeld aan een personage. Het zijn soms echte spoilers, die de leespret kunnen bederven. Voor wie absoluut verrast wil worden door de intriges in de verschillende verhaallijnen, die leest best niet verder. Je bent gewaarschuwd!
SPOILERS!
Bosduin “Centrum” Het is een fictieve woonwijk ergens tussen Kalmthout en Wuustwezel, maar in de hoofden van de bewoners is het een dorp op zich. Je vindt er trouwens bijna alles wat je in een dorp mag verwachten om er je boodschappentas mee te vullen: er is een warme bakker, een kruidenier, een hoevewinkel. En op woensdag is er de wekelijkse marktdag, met vijf kraampjes. Wij leven hier hopelijk lang, maar zeker gelukkig. Tot onze gemeenschap plots opgeschrikt wordt door vreemde gebeurtenissen: een verdwenen pastoor, een verdacht overlijden… en een moord. Freelance journalist Victor Luyten wordt dood gevonden bij de historische Dodendraad.
Lotte Debeys, wijkagente ‘Jef, ik ben ongerust.’ Ik kijk haar vragend aan. ‘Ik heb een gesprek gehad met Victor Luyten, je weet wel, de freelancejournalist. Hij zegt dat hij iets “groots” op het spoor is. Hij wou nog niet zeggen wat, maar het zou inslaan als een bom beweerde hij.’ ‘En geen idee waarover het gaat?’ ‘Neen, hij had het over “veel geld” en “gesjoemel” maar meer wou hij niet zeggen. Binnenkort zou hij er een artikel over publiceren in zijn column in De Kempense Dorpsgazet. Hij wou enkel lossen dat het artikel “heel Bosduin op z’n kop zal zetten.”’
Victor Luyten, journalist ‘Wat ik aan jou vraag, Jef, is om dit memory stickje bij je te houden. Er staan belangrijke documenten op over de zaken waarmee ik bezig ben, onderzoeks-resultaten, interviews, foto’s en zo meer. De personen die in beeld komen, weten dat ik mijn voorzorgen neem door mijn bevindingen aan iemand in bewaring te geven. Ik hoop dat het helpt. Mij monddood maken lost voor hen niets op. De bewijzen die ik tegen hen verzameld heb, blijven bestaan. Dat is mijn levensverzekering.’ ‘En wat wil je dat ik met dat stickje doe, Victor?’ ‘Je moet het gewoon bijhouden tot ik dood ben. Daarna zal ik je laten weten wat je ermee moet doen…’
Fons De Coster… is de koster De deur van De Postiljon vliegt open, met meer geweld dan normaal is in dit rustige etablissement. Fons De Coster stapt met zware pas binnen. ‘De pastoor is verdwenen!’ Hij roept het bijna, je voelt de spanning en de emotie in z’n stem. We kijken hem allemaal met open mond aan. ‘Wat bedoel je, Fons, …verdwenen?’ vraagt Jolande. ‘Hij was niet op tijd voor de ochtendmis. Dat vond ik al raar. Toen hij er na een half uur nog niet was, heb ik die vijf vrome zielen die er op de dienst zaten te wachten, naar huis gestuurd. Dan ben ik naar de pastorij gegaan om te kijken wat er aan de hand was.’
Pastoor Cornelis Proost ‘Dus je verdenkt beide zoons van moord?’ ‘Ja, dat zou kunnen. Eén van hen is ondertussen ook overleden, de andere woont hier nog. Ik kan nog altijd naar de politie stappen met m’n vermoedens, maar ja, ik kan niets bewijzen.’ ‘En wie is die andere zoon die nog in leven is, Cornelis?’ ‘Gustaaf Vermeulen.’ Wat verderop staat iemand gehaast op van het bankje naast ons. Geschrokken, lijkt het wel. Ik was te zeer verbaasd over het verhaal van de pastoor, om te zien wie het was.
Minus Van Thysskes, dorpsfilosoof ‘De waarheid kwam te laat. De schade is onherstelbaar. Hij heeft niet geboet voor z’n fouten, niet tot voor kort, natuurlijk.’ Hij zucht, drinkt de rest van z’n glas leeg en staat op. Hij kijkt me doordringend aan. ‘En weet ge Jef, ik heb er geen spijt van dat hij dood is. Het is z’n verdiende loon! Ik besef dat ik geen sluitend alibi heb, wel een kei van een motief en toegegeven: vanaf dat ik wist wie hij was, had ik héél veel goesting om hem zelf van kant te maken.’
Margriet Vermeersch, bibliothecaresse ‘Ofwel ontkent hij en dan wil ik een sluitend alibi met uitleg over zijn tijdsgebruik op dat ogenblik van de dag.’ ‘Hij… hij was bij mij. ’s Morgens.’ Lotte kijkt haar aan. Eerst het grote ogen, die ze vernauwt tot spleetjes. ‘Je geeft hem een alibi?’ ‘Hij kwam bij mij langs voor hij naar school ging. Hij kan geen tijd gehad hebben om naar de Dodendraad te gaan.’ ‘Kan je me zeggen van wanneer tot wanneer hij bij jou was?’ ‘Zoals ik zeg, kort voor hij zou vertrekken naar school. Ik hou geen logboek bij met datum en uur van zijn bezoekjes. Het is mijn zoon.’
Ward Peeters, warme bakker ‘En ge hebt gelijk: er stinkt hier van alles. Iedereen in dit dorp heeft geheimen. Iedereen!’ Hij wijst naar verschillende mensen: ‘Gustaaf, met zijn kasteel waar zogezegd niets mee aan de hand is… hebt gij trouwens de pastoor onlangs nog gezien, Gustaaf? Neen? Dacht ik al.’ Ward prikte precies waar het pijn doet. Hij kijkt snoevend in het rond. ‘Jaja, ik hoor wel eens wat als ik achter mijn toog sta om patéekes te verkopen. Ik zeg het: iedereen komt aan de beurt als Victor z’n zin doordrijft.’ Nu kijkt Ward, Victor recht in de ogen. ‘Maar ge moet goed beseffen jongen: ge maakt vijanden. En sommige vijanden zijt ge beter kwijt dan rijk.’
Josepha Vermeulen, dochter van… ‘Jij bent een mol,’ zegt ze met afschuw in haar stem. ‘De reden dat je tot onze Confrérie toegetreden bent is om mij tot de verkoop van Ten Bosduyn te dwingen. En ik, dwaas die ik ben, ik heb je zelf voorgesteld om toe te treden. Op voorspraak van een paar andere leden uit ons gezelschap.’ ‘Ach, Achtbare Smaakmeester toch, ik schat jouw capaciteiten hoog in, jouw ondernemerschap, jouw meedogenloosheid als het moet, jouw berekende charme… Nooit gedacht dat iemand met een sterk karakter zoals jij ook zo naïef kan zijn. Kijk om je heen. Ik ben de mol? Je zit verdorie op een heuse molshoop! De helft van jouw clubje zit met handen en voeten gebonden aan Tranquilla en aan het criminele milieu dat erachter schuilgaat.’
Gustaaf Vermeulen, kasteeleigenaar ‘Ik herhaal, ik verkoop het domein en het landhuis Ten Bosduyn niet. Nooit! En wat een onzin! Er ligt helemaal geen schat, anders had ik die wel gevonden.’ Dan Victor weer, hij is in topvorm vandaag! ‘Meneer Vermeulen, u weigert uw landgoed te verkopen. Is dat puur uit sentiment of omdat u – of één van uw familieleden – daar iets te verbergen hebben? Bijvoorbeeld omdat er bepaalde activiteiten gebeuren in uw landhuis, in de kelder, in de keuken? Of is het iets uit uw persoonlijke verleden dat tot vandaag doorspeelt? Een familiegeheim misschien?’
Laurent Vermeulen, ICT-nerd ‘Zeg, Laurent, nu je het zegt, Ward deed ook al zo raar tijdens de hoorzitting. Het scheelde niet veel of hij ging met Victor op de vuist. Je hebt daar wel een spektakel gemist, jongen! Jij was er niet denk ik? Ik heb je er alleszins niet gezien?’ Hij kijkt me aan, weer glimlachend en licht hoofdschuddend. ‘Daar gaan we weer! Je kan het niet laten hé, Jef? Vraag dan gewoon naar mijn alibi voor de avond van de moord op Victor.’ ‘Euh… Laurent, heb ik gezegd dat het moord was?’ Nu kijkt hij me aan alsof hij betrapt is met z’n hand in de snoeppot. ‘Wel, euh… als het geen blikseminslag is, dan blijft er niet veel anders over, toch?’ ‘N-neen,’ zeg ik gemaakt aarzelend, ‘misschien niet, hoewel ik me nog een paar andere scenario’s dan moord kan voorstellen.’  
Mante Vandezande van “De Vlierbes” ‘De vloek van Alijt,’ zegt ze, ‘daarvoor moet je bij mij zijn hé, ik ben toch haar opvolgster, is het niet, Fonne?’ Fonne gromt iets onverstaanbaars en kijkt geconcentreerd naar het laatste restje koffie in zijn tas. ‘Maar zelfs ik, als heks zijnde, heb er zo mijn twijfels over of dat inderdaad de doodsoorzaak was, dan wel een goed gecamoufleerde… moord. Ik wil dus eerst wel eens precies weten wat de politie gaat ontdekken over de dood van Victor, vooraleer ik de schuld ervan toeschrijf aan de vloek van Alijt, mijn geliefde bet-bet- overgrootmoeder.’ Al lachend kletst ze haar handen op tafel en bestelt met een knipoog naar Jolande: ‘Een heksenkruidenthee alsjeblief, of doe toch maar een gewone muntthee.’
Jef Vandepoele, verteller
Ik ben klaar om jullie mee te nemen in een fantastisch avontuur: “Het Bosduinmysterie”! Op deze pagina ga ik je laten kennismaken met ons prachtige fictieve gehuchtje en ook met de hoofdrolspelers in het verhaal. Ze worden voorgesteld met fragmenten uit het boek én met hun foto. Als je nét zo een speurneus bent als ik, dan kan je misschien wel, op het einde van de reeks, zelf de dader aanwijzen. Veel plezier ermee!
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense

Het

Bosduinmysterie

HET BOEK