privacy beleid
Deze pagina’s bevatten fragmenten uit het boek, meestal gekoppeld aan een personage. Het zijn soms echte spoilers, die de leespret kunnen bederven. Voor wie absoluut verrast wil worden door de intriges en de verschillende verhaallijnen, die leest best niet verder. Je bent gewaarschuwd!
SPOILERS!
Tine Van Gestel, burgemeester ‘Tine, dat moet ge ons toch eens uitleggen,’ zegt Fons De Coster, terwijl hij z’n scheef petje achteruitduwt en op z’n kale kop krabt, ‘hoe komt het dat het project zo snel vordert? Die vergunningen lijken bijzaak als ik u goed begrijp? Ge wordt de laatste tijd wel veel gezien op café samen met die Eddy daar naast u op het podium. Gijle hebt toch geen latrelatie zeker? Zo een amoureuze affaire waarbij het nuttige en het aangename samengaan?’ De zaal giert het uit. Tine verstijft, wordt vuurrood en dan zo bleek als een dweil. Ze kijkt even angstig in de richting van Eddy, die diep over z’n laptop gebogen zit, zodat z’n gezicht niet te zien is.
Noortje Janssens, natuurgids ‘En heb je gezien wat die man daar precies deed?’ ‘Hij had een rugzak open voor zich liggen en was met iets kleins bezig, een soort kastje of toestelletje. Ik zag twee draadjes of klemmetjes die hij aan de eerste van de drie rijen staaldraad vastmaakte. Het leek alsof hij er stroom wou opzetten.’ ‘Stroom opzetten,’ vraagt Lotte verwonderd, ‘hoe kwam je op dat idee?’ ‘Hij raakte de draad even aan en schrok precies een beetje, alsof hij een tikje kreeg. Toen begon hij nog wat bij te stellen aan de knopjes op het toestelletje, vermoed ik. ‘Ik vond het vreemd, het is toch een ongevaarlijk educatief project, niet? Maar het leek alsof hij bezig was met elektriciteit te zetten op die Dodendraad.’
Benny Vandepoele, kleinzoon ‘‘Benny, ben je daar?’ ‘Opa!’ Ik hoor gedempt de stem van onze kleinzoon. ‘Ik zit vast, ik kan hier niet weg!’ Dat is het moment waarop elke opa verandert van een normaal mens in een nietsontziende stormram. Ik wurm me door de opening in de wand, kom in de tweede kelder en registreer nauwelijks wat daar te zien is: een kelderruimte vol computer- apparatuur. Wat ik wel zie, recht voor me is een deur. ‘Benny, ik kom, ben je daar?’ ‘Opa, de deur is dichtgeklapt, ik kan niet terug.’ ‘Kalm blijven, schat, ik ben er bijna.’ Dat kalm blijven was meer voor mezelf bedoeld, want had ik een sloophamer bij de hand, dan zou ik de deur inrammen.
Johnny Lauwers, de “fixer” ‘Wij waren door die beweringen van Victor toch getriggerd om uw identiteit even te checken. Wees gerust, alles klopt… of toch bijna. Een paar details willen we wel met u doornemen. Uw identiteitskaart is 5 jaar oud. Het thuisadres dat u toen opgaf, was op dat moment een bouwwerf. Kan u dat verklaren?’ ‘Dat moet dan een administratieve fout zijn. Daar heb ik niets mee te maken.’ Chris Wijnen kijkt Linda De Graeve aan met een pokerface-grijns. Het lijkt wel of hij een Royal Flush op tafel gaat leggen. ‘Dat kan inderdaad, meneer Lauwers. Maar hoe verklaart u dit: in 1993 behaalde u uw rijbewijs. Volgens uw identiteitskaart was u toen… 10 jaar oud.’
Dorpsroddels aan de schoolpoort ‘Ze ging toch vaak naar… Ward?’ fluistert Sofie. ‘Bijna elke dag,’ knikt Els bevestigend. Sofie trekt haar wenkbrauwen op. ‘Ik heb haar de bakkerij zien binnengaan, maar was het nu zaterdag of zondag, daar wil ik vanaf zijn.’ ‘Dat is het juist,’ zegt Els zeer beslist. ‘Ze ging altijd naar Ward. Altijd. Op de duur valt dat op.’ ‘Het is wel een bakker, dus niet zo ongewoon, toch?’ zegt Mieke, die bij het groepje komt staan. Ze is de nuchterste van allemaal. ‘Ze had er toch niet mee te doen? Allee, ik bedoel, een affaire of zo?’ zegt Sofie, die de opmerking van Mieke bewust negeert, vanwege niet inpasbaar in haar visie.
Hans Zimmer, Duitse toerist ‘Zie je die man bij het raam zitten? Dat is Hans Zimmer, een Duitse toerist. Dat beweert hij toch.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Je ziet hem vaak wandelen op de heide. Meestal in de buurt van Ten Bosduyn, het domein van de familie Vermeulen.’ ‘Een natuurliefhebber, kan toch?’ ‘Dat kan Jef, maar hij heeft altijd een kanjer van een fototoestel bij zich en soms ook een metaaldetector. Ook opvallend: hij draagt aan één kant een oortje.’ ‘Misschien gewoon een hoorapparaatje, gekocht vóór hij die promotie zag van “tweede aan halve prijs”?’ ‘Haha, heel grappig! En hij praat tegen zichzelf. Beginnende dementie zeker? Neen, Jef, er is méér aan de hand met die meneer Zimmer.
Koen Verbeeck, immomakelaar ‘Ja Eddy, goeie vriend van me, dat wel, maar toch…’ Hij wordt er zowaar stil van, kijkt strak voor zich uit met lege blik, terwijl hij ongetwijfeld z’n woorden aan het wikken en wegen is. ‘Ik weet eerlijk gezegd niet waar het geld voor het vakantiepark vandaan komt. Dat interesseert me ook niet. Zolang ze mijn facturen betalen, stel ik geen vragen. Maar als “Dubai” in één zin staat met “vastgoedproject”, dan is de link naar een witwasserij niet ondenkbaar. Ik wéét dat ook, maar ik ben er zelf niet bij betrokken. Tenzij dan als wasmiddel, hihi hi, heb je ‘m, als… wasmiddel! ’ Hij buldert weer van het lachen om zijn geslaagd grapje.
Nancy Dewilde, gepensioneerde ‘O ja, Lotte, voor ik het vergeet, er was hier deze morgen iemand aan m’n balie die naar jou vroeg. ‘Wie was het en wat wou ze?’ vraagt Lotte.’ ‘Wel, het was de zuster van Nancy Dewilde. Nancy zou een weekje met vakantie gaan. Een groepsreis met de mutualiteit naar Küssnacht aan de Vierwaldstättersee in Zwitserland.’ ‘Ja, en?’ ‘Dat is ondertussen bijna een week geleden en ze heeft Nancy sindsdien niet meer gehoord of gezien. Op zich niet zo verontrustend uiteraard, want ze is toch in Zwitserland. Dat dacht haar zus. Maar toen ze bij een gepland bezoek aan het kantoortje van de ziekenkas terloops navraag deed of de groep wel goed aangekomen was, werd dat even anders. Het blijkt dat er helemaal geen groepsreis is naar die bestemming. Nancy is gewoon verdwenen.’
Eddy Deswarte, projectontwikkelaar ‘Kan u ons nu de échte reden noemen waarom het Tranquilla Resort Kempen, hier in Bosduin moet ingepland worden en niet enkele kilometers verder, op een meer logische plaats voor een vakantiepark? De zaal wordt nu echt stil. Muisstil. Je hoort enkel de zware ademhaling van Eddy door de micro. Z’n adamsappel gaat op en neer alsof hij een pingpongballetje probeert door te slikken. ‘Ik zal u helpen,’ zegt Victor, ‘misschien heeft het te maken met een oud verhaal, over iets dat hier in de grond zou verborgen liggen… een schat, begraven op het terrein van Ten Bosduyn? Een persoonlijke obsessie van u? U wil er ongestoord naar zoeken, eens de bulldozers aan de slag kunnen op het terrein. Is dat niet de werkelijke reden om Bosduin als locatie te kiezen voor jullie project?  
Dirk Van Hove, hobbyjager ‘Dirk… jij weet en ik weet dat dit niet de eerste keer is. Misschien wel de eerste keer dat je betrapt wordt. Ik weet dat je dit soort risico’s niet neemt voor de kick, maar als een soort, hoe zal ik het zeggen... bijverdienste?’ Dirk kijkt haar scherp fronsend aan. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Ach Dirk, ik heb zo mijn contacten die jouw handelsactiviteiten even doorgelicht hebben. Je pakt het wel nét iets groter aan dan een gewone poelier, dan de doorsnee handelaar in wild en gevogelte, is het niet, Dirk? Ik heb bijzonder interessante informatie gekregen over wat je zoal in je aanbod hebt in je groothandel. En dan doel ik niet op je officiële catalogus met kippen en konijnen, die door iedereen raadpleegbaar is op je website.’
Jolande Wiersma, cafébazin Er is nog een tafeltje vrij op het terras van De Postiljon. Jolande staat voor haar deur, ziet ons komen en verwelkomt ons met een vrolijke kwinkslag. ‘Wel wel, kijk ‘s aan. Ik zag jullie komen en dacht bij mezelf: mannen die boodschappen doen? Perfect excuus om onderweg een pintje te pakken!’ ‘Geen excuus nodig, Jolande,’ zegt Fons grappend, ‘mijnen dokter heeft gezegd da ’k veul moet drinken als ’t warm weer is, zoals vandaag. Gij zijt een beetje ons verpleegster. Red ons leven maar vlug met een grote frisse pint.’ ‘Pas jij maar op deugniet, of ik geef je bier langs een infuus in je arm!’ Ze verdwijnt lachend naar binnen.
Eugène Vautran, Franse chef-kok Het hoofdgerecht wordt aangekondigd. De Franse sterrenchef, Eugène Vautran, komt binnen met een dampende zilveren stolp. De geur van gebraad en kruiden, parfumeert zijn entrée. Hij gaat recht op Josepha af, die gewoonlijk als eredame eerst bediend wordt. Josepha staat evenwel recht en houdt hem tegen. ‘Eugène, un instant s’il vous plait. Wil je eerst onze eregast bedienen?’ Hij zet de stolp op tafel, voor Luc. Hij houdt er z’n hand nog op, klaar om op een teken van Josepha de stolp te lichten. Luc zit er met verbazing naar te kijken, met het bestek in z’n handen. Hij is gefocust op de stolp en als die op een teken van Josepha weggenomen wordt, zie je hem verstijven.
Nelly Govaerts, kapster ‘En dan,’ gaat ze verder, ‘dan zei hij dat Victor moet stoppen.’ ‘Victor Luyten?’ vraag ik, ‘de journalist?’ ‘Ja, wie anders? Hij zei: “Victor moet stoppen met dat giftige artikel over mij dat hij wil publiceren. Ik kan dit niet meer aan.”’ Ik voel mijn nek warm worden onder haar handdoek. ‘En wat bedoelde hij met: “Ik kan dit niet meer aan”?’ Nelly haalt haar schouders op, maar op een manier die zegt dat ze er al drie theorieën over heeft. ‘Hij zei dat het dorp hem toch al veroordeeld heeft. Dat het er niet meer op aankomt wat hij van plan is te doen.’
De Witte Waker ‘En nu,’ zegt de gids, ‘ het laatste deel van m’n verhaal: de sage van de Witte Waker.’ Ze gaat staan bij een paneel met een mistige foto waarop in de verte een figuur te zien is in een witte pij van een pater, de kap diep over z’n hoofd en ogen getrokken. ‘De sage vertelt dat hij een schat bewaakt die in 1795 door Pater Gregorius in het ven gedumpt werd. Twee kisten vol goud en zilver. Dit is de enige foto die we hebben van de Witte Waker. Wij vermoeden dat de Vermeulens deze zelf geënsceneerd hebben, al geven ze het niet toe.’
De familie Vandepoele Voilà, we zijn rond. In een dertigtal afleveringen heb ik het nieuwe boek van Chris van de Wijgaert aan jullie voorgesteld. “Het Bosduinmysterie” is volgens mijn vrouwtje Noëlla (hier naast me op de sofa) the next level in z'n schrijfstijl. Ik denk dat ze bedoelt dat ‘t goed geschreven is. Hopelijk heb ik jullie voldoende “appetijt” gegeven om het te kopen. Dat kan nu ook in de paperbackversie, of digitaal als e- boek. Voor wie in de omgeving van Kalmthout en Wuurstwezel woont, is het zeker een aanrader, omdat er zoveel herkenbaars inzit. Maar iedereen die van “gezellige misdaadverhalen” houdt in de stijl van de onnavolgbare Agatha Christie, vindt hier z’n gading. Alleszins, veel leesplezier en groetjes van mij en van Noëlla… en ook van onze poedel Blaffie natuurlijk!
Het Bosduinmysterie- het boek
Hugo Gevers, schoolmeester Hugo gaat nu op het puntje van z’n stoel zitten. ‘Maar, maar dat is helemaal niet waar! Pure verzinsels. Jullie proberen mij een moord in de schoenen te schuiven! Ik ben er ’s avonds niet geweest! Het is zuiver toeval dat Victor net op die avond op die plek geëlektrocuteerd werd.’ ‘Weet je, Hugo,’ zegt Linda, ‘wij geloven niet zo sterk in “toevalligheden”. En we vragen ons af, wie je een lesje wou leren. Je klasje of… Victor Luyten.’
Elias Van Gorp, heemkundige ‘Goed,’ zegt hij eindelijk. ‘Ik denk dat ik het gevonden heb.’ Zijn blik gaat van de ene naar de andere, alsof hij hoopt dat iemand van ons beiden de vraag stelt die hem eindelijk over zijn aarzeling heen zal trekken. ’Wat heb je gevonden, Elias?’ help ik hem op weg. ‘De sleutel tot de oplossing van het Bosduinmysterie,’ herhaalt Elias, zachter nu maar heel nadrukkelijk. Het wordt stil in het bureautje. De klok aan de muur lijkt luider te tikken. ‘De echte schat,’ zegt hij, ‘die Pater Gregorius in 1795 heeft gedumpt in het ven.
Mireille Van Looy, notarisassistente ‘Het is ook wel opvallend dat die twee blaaskaken, die praatjesmakers, Eddy Deswarte, die projectontwikkelaar uit Antwerpen en Koen Verbeeck, je weet wel die makelaar van Immo Huis & Heide, hier kind aan huis geworden zijn.’ ‘Toch niet zo verwonderlijk, denk ik dan: ze doen toch in vastgoed?’ ‘Jaja, maar als die twee komen, mag Mireille haar jas nemen en naar huis gaan. De notaris wil me precies niet in de buurt hebben als getuige van wat die twee hier komen uitvreten.’ Ze kijkt me fronsend aan en zegt profetisch: ‘En ik zeg je: ik weet het fijne er niet van, maar er zit iets achter. En het is iets dat groter is dan die paar lapjes grond.’
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
HETBOSDUINMYSTERIE
het boek
SPOILERS!
Tine Van Gestel, burgemeester ‘Tine, dat moet ge ons toch eens uitleggen,’ zegt Fons De Coster, terwijl hij z’n scheef petje achteruitduwt en op z’n kale kop krabt, ‘hoe komt het dat het project zo snel vordert? Die vergunningen lijken bijzaak als ik u goed begrijp? Ge wordt de laatste tijd wel veel gezien op café samen met die Eddy daar naast u op het podium. Gijle hebt toch geen latrelatie zeker? Zo een amoureuze affaire waarbij het nuttige en het aangename samengaan?’ De zaal giert het uit. Tine verstijft, wordt vuurrood en dan zo bleek als een dweil. Ze kijkt even angstig in de richting van Eddy, die diep over z’n laptop gebogen zit, zodat z’n gezicht niet te zien is.
Noortje Janssens, natuurgids ‘En heb je gezien wat die man daar precies deed?’ ‘Hij had een rugzak open voor zich liggen en was met iets kleins bezig, een soort kastje of toestelletje. Ik zag twee draadjes of klemmetjes die hij aan de eerste van de drie rijen staaldraad vastmaakte. Het leek alsof hij er stroom wou opzetten.’ ‘Stroom opzetten,’ vraagt Lotte verwonderd, ‘hoe kwam je op dat idee?’ ‘Hij raakte de draad even aan en schrok precies een beetje, alsof hij een tikje kreeg. Toen begon hij nog wat bij te stellen aan de knopjes op het toestelletje, vermoed ik. ‘Ik vond het vreemd, het is toch een ongevaarlijk educatief project, niet? Maar het leek alsof hij bezig was met elektriciteit te zetten op die Dodendraad.’
Benny Vandepoele, kleinzoon ‘‘Benny, ben je daar?’ ‘Opa!’ Ik hoor gedempt de stem van onze kleinzoon. ‘Ik zit vast, ik kan hier niet weg!’ Dat is het moment waarop elke opa verandert van een normaal mens in een nietsontziende stormram. Ik wurm me door de opening in de wand, kom in de tweede kelder en registreer nauwelijks wat daar te zien is: een kelderruimte vol computer-apparatuur. Wat ik wel zie, recht voor me is een deur. ‘Benny, ik kom, ben je daar?’ ‘Opa, de deur is dichtgeklapt, ik kan niet terug.’ ‘Kalm blijven, schat, ik ben er bijna.’ Dat kalm blijven was meer voor mezelf bedoeld, want had ik een sloophamer bij de hand, dan zou ik de deur inrammen.
Johnny Lauwers, de “fixer” ‘Wij waren door die beweringen van Victor toch getriggerd om uw identiteit even te checken. Wees gerust, alles klopt… of toch bijna. Een paar details willen we wel met u doornemen. Uw identiteitskaart is 5 jaar oud. Het thuisadres dat u toen opgaf, was op dat moment een bouwwerf. Kan u dat verklaren?’ ‘Dat moet dan een administratieve fout zijn. Daar heb ik niets mee te maken.’ Chris Wijnen kijkt Linda De Graeve aan met een pokerface-grijns. Het lijkt wel of hij een Royal Flush op tafel gaat leggen. ‘Dat kan inderdaad, meneer Lauwers. Maar hoe verklaart u dit: in 1993 behaalde u uw rijbewijs. Volgens uw identiteitskaart was u toen… 10 jaar oud.’
Dorpsroddels aan de schoolpoort ‘Ze ging toch vaak naar… Ward?’ fluistert Sofie. ‘Bijna elke dag,’ knikt Els bevestigend. Sofie trekt haar wenkbrauwen op. ‘Ik heb haar de bakkerij zien binnengaan, maar was het nu zaterdag of zondag, daar wil ik vanaf zijn.’ ‘Dat is het juist,’ zegt Els zeer beslist. ‘Ze ging altijd naar Ward. Altijd. Op de duur valt dat op.’ ‘Het is wel een bakker, dus niet zo ongewoon, toch?’ zegt Mieke, die bij het groepje komt staan. Ze is de nuchterste van allemaal. ‘Ze had er toch niet mee te doen? Allee, ik bedoel, een affaire of zo?’ zegt Sofie, die de opmerking van Mieke bewust negeert, vanwege niet inpasbaar in haar visie.
Hans Zimmer, Duitse toerist ‘Zie je die man bij het raam zitten? Dat is Hans Zimmer, een Duitse toerist. Dat beweert hij toch.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Je ziet hem vaak wandelen op de heide. Meestal in de buurt van Ten Bosduyn, het domein van de familie Vermeulen.’ ‘Een natuurliefhebber, kan toch?’ ‘Dat kan Jef, maar hij heeft altijd een kanjer van een fototoestel bij zich en soms ook een metaaldetector. Ook opvallend: hij draagt aan één kant een oortje.’ ‘Misschien gewoon een hoorapparaatje, gekocht vóór hij die promotie zag van “tweede aan halve prijs”?’ ‘Haha, heel grappig! En hij praat tegen zichzelf. Beginnende dementie zeker? Neen, Jef, er is méér aan de hand met die meneer Zimmer.
Koen Verbeeck, immomakelaar ‘Ja Eddy, goeie vriend van me, dat wel, maar toch…’ Hij wordt er zowaar stil van, kijkt strak voor zich uit met lege blik, terwijl hij ongetwijfeld z’n woorden aan het wikken en wegen is. ‘Ik weet eerlijk gezegd niet waar het geld voor het vakantiepark vandaan komt. Dat interesseert me ook niet. Zolang ze mijn facturen betalen, stel ik geen vragen. Maar als “Dubai” in één zin staat met “vastgoedproject”, dan is de link naar een witwasserij niet ondenkbaar. Ik wéét dat ook, maar ik ben er zelf niet bij betrokken. Tenzij dan als wasmiddel, hihi hi, heb je ‘m, als… wasmiddel! ’ Hij buldert weer van het lachen om zijn geslaagd grapje.
Nancy Dewilde, gepensioneerde ‘O ja, Lotte, voor ik het vergeet, er was hier deze morgen iemand aan m’n balie die naar jou vroeg. ‘Wie was het en wat wou ze?’ vraagt Lotte.’ ‘Wel, het was de zuster van Nancy Dewilde. Nancy zou een weekje met vakantie gaan. Een groepsreis met de mutualiteit naar Küssnacht aan de Vierwaldstättersee in Zwitserland.’ ‘Ja, en?’ ‘Dat is ondertussen bijna een week geleden en ze heeft Nancy sindsdien niet meer gehoord of gezien. Op zich niet zo verontrustend uiteraard, want ze is toch in Zwitserland. Dat dacht haar zus. Maar toen ze bij een gepland bezoek aan het kantoortje van de ziekenkas terloops navraag deed of de groep wel goed aangekomen was, werd dat even anders. Het blijkt dat er helemaal geen groepsreis is naar die bestemming. Nancy is gewoon verdwenen.’
Elias Van Gorp, heemkundige ‘Goed,’ zegt hij eindelijk. ‘Ik denk dat ik het gevonden heb.’ Zijn blik gaat van de ene naar de andere, alsof hij hoopt dat iemand van ons beiden de vraag stelt die hem eindelijk over zijn aarzeling heen zal trekken. ’Wat heb je gevonden, Elias?’ help ik hem op weg. ‘De sleutel tot de oplossing van het Bosduinmysterie,’ herhaalt Elias, zachter nu maar heel nadrukkelijk. Het wordt stil in het bureautje. De klok aan de muur lijkt luider te tikken. ‘De echte schat,’ zegt hij, ‘die Pater Gregorius in 1795 heeft gedumpt in het ven.
Eddy Deswarte, projectontwikkelaar ‘Kan u ons nu de échte reden noemen waarom het Tranquilla Resort Kempen, hier in Bosduin moet ingepland worden en niet enkele kilometers verder, op een meer logische plaats voor een vakantiepark? De zaal wordt nu echt stil. Muisstil. Je hoort enkel de zware ademhaling van Eddy door de micro. Z’n adamsappel gaat op en neer alsof hij een pingpongballetje probeert door te slikken. ‘Ik zal u helpen,’ zegt Victor, ‘misschien heeft het te maken met een oud verhaal, over iets dat hier in de grond zou verborgen liggen… een schat, begraven op het terrein van Ten Bosduyn? Een persoonlijke obsessie van u? U wil er ongestoord naar zoeken, eens de bulldozers aan de slag kunnen op het terrein. Is dat niet de werkelijke reden om Bosduin als locatie te kiezen voor jullie project?  
Dirk Van Hove, hobbyjager ‘Dirk… jij weet en ik weet dat dit niet de eerste keer is. Misschien wel de eerste keer dat je betrapt wordt. Ik weet dat je dit soort risico’s niet neemt voor de kick, maar als een soort, hoe zal ik het zeggen... bijverdienste?’ Dirk kijkt haar scherp fronsend aan. ‘Hoe bedoel je?’ ‘Ach Dirk, ik heb zo mijn contacten die jouw handelsactiviteiten even doorgelicht hebben. Je pakt het wel nét iets groter aan dan een gewone poelier, dan de doorsnee handelaar in wild en gevogelte, is het niet, Dirk? Ik heb bijzonder interessante informatie gekregen over wat je zoal in je aanbod hebt in je groothandel. En dan doel ik niet op je officiële catalogus met kippen en konijnen, die door iedereen raadpleegbaar is op je website.’
Jolande Wiersma, cafébazin Er is nog een tafeltje vrij op het terras van De Postiljon. Jolande staat voor haar deur, ziet ons komen en verwelkomt ons met een vrolijke kwinkslag. ‘Wel wel, kijk ‘s aan. Ik zag jullie komen en dacht bij mezelf: mannen die boodschappen doen? Perfect excuus om onderweg een pintje te pakken!’ ‘Geen excuus nodig, Jolande,’ zegt Fons grappend, ‘mijnen dokter heeft gezegd da ’k veul moet drinken als ’t warm weer is, zoals vandaag. Gij zijt een beetje ons verpleegster. Red ons leven maar vlug met een grote frisse pint.’ ‘Pas jij maar op deugniet, of ik geef je bier langs een infuus in je arm!’ Ze verdwijnt lachend naar binnen.
Eugène Vautran, Franse chef- kok Het hoofdgerecht wordt aangekondigd. De Franse sterrenchef, Eugène Vautran, komt binnen met een dampende zilveren stolp. De geur van gebraad en kruiden, parfumeert zijn entrée. Hij gaat recht op Josepha af, die gewoonlijk als eredame eerst bediend wordt. Josepha staat evenwel recht en houdt hem tegen. ‘Eugène, un instant s’il vous plait. Wil je eerst onze eregast bedienen?’ Hij zet de stolp op tafel, voor Luc. Hij houdt er z’n hand nog op, klaar om op een teken van Josepha de stolp te lichten. Luc zit er met verbazing naar te kijken, met het bestek in z’n handen. Hij is gefocust op de stolp en als die op een teken van Josepha weggenomen wordt, zie je hem verstijven.
Hugo Gevers, schoolmeester Hugo gaat nu op het puntje van z’n stoel zitten. ‘Maar, maar dat is helemaal niet waar! Pure verzinsels. Jullie proberen mij een moord in de schoenen te schuiven! Ik ben er ’s avonds niet geweest! Het is zuiver toeval dat Victor net op die avond op die plek geëlektrocuteerd werd.’ ‘Weet je, Hugo,’ zegt Linda, ‘wij geloven niet zo sterk in “toevalligheden”. En we vragen ons af, wie je een lesje wou leren. Je klasje of… Victor Luyten.’
Mireille Van Looy, notarisassistente ‘Het is ook wel opvallend dat die twee blaaskaken, die praatjesmakers, Eddy Deswarte, die projectontwikkelaar uit Antwerpen en Koen Verbeeck, je weet wel die makelaar van Immo Huis & Heide, hier kind aan huis geworden zijn.’ ‘Toch niet zo verwonderlijk, denk ik dan: ze doen toch in vastgoed?’ ‘Jaja, maar als die twee komen, mag Mireille haar jas nemen en naar huis gaan. De notaris wil me precies niet in de buurt hebben als getuige van wat die twee hier komen uitvreten.’ Ze kijkt me fronsend aan en zegt profetisch: ‘En ik zeg je: ik weet het fijne er niet van, maar er zit iets achter. En het is iets dat groter is dan die paar lapjes grond.’
Nelly Govaerts, kapster ‘En dan,’ gaat ze verder, ‘dan zei hij dat Victor moet stoppen.’ ‘Victor Luyten?’ vraag ik, ‘de journalist?’ ‘Ja, wie anders? Hij zei: “Victor moet stoppen met dat giftige artikel over mij dat hij wil publiceren. Ik kan dit niet meer aan.”’ Ik voel mijn nek warm worden onder haar handdoek. ‘En wat bedoelde hij met: “Ik kan dit niet meer aan”?’ Nelly haalt haar schouders op, maar op een manier die zegt dat ze er al drie theorieën over heeft. ‘Hij zei dat het dorp hem toch al veroordeeld heeft. Dat het er niet meer op aankomt wat hij van plan is te doen.’
De Witte Waker ‘En nu,’ zegt de gids, ‘ het laatste deel van m’n verhaal: de sage van de Witte Waker.’ Ze gaat staan bij een paneel met een mistige foto waarop in de verte een figuur te zien is in een witte pij van een pater, de kap diep over z’n hoofd en ogen getrokken. ‘De sage vertelt dat hij een schat bewaakt die in 1795 door Pater Gregorius in het ven gedumpt werd. Twee kisten vol goud en zilver. Dit is de enige foto die we hebben van de Witte Waker. Wij vermoeden dat de Vermeulens deze zelf geënsceneerd hebben, al geven ze het niet toe.’
De familie Vandepoele Voilà, we zijn rond. In een dertigtal afleveringen heb ik het nieuwe boek van Chris van de Wijgaert aan jullie voorgesteld. “Het Bosduinmysterie” is volgens mijn vrouwtje Noëlla (hier naast me op de sofa) the next level in z'n schrijfstijl. Ik denk dat ze bedoelt dat ‘t goed geschreven is. Hopelijk heb ik jullie voldoende “appetijt” gegeven om het te kopen. Dat kan nu ook in de paperbackversie, of digitaal als e-boek. Voor wie in de omgeving van Kalmthout en Wuurstwezel woont, is het zeker een aanrader, omdat er zoveel herkenbaars inzit. Maar iedereen die van “gezellige misdaadverhalen” houdt in de stijl van de onnavolgbare Agatha Christie, vindt hier z’n gading. Alleszins, veel leesplezier en groetjes van mij en van Noëlla… en ook van onze poedel Blaffie natuurlijk!
Deze pagina’s bevatten fragmenten uit het boek, meestal gekoppeld aan een personage. Het zijn soms echte spoilers, die de leespret kunnen bederven. Voor wie absoluut verrast wil worden door de intriges in de verschillende verhaallijnen, die leest best niet verder. Je bent gewaarschuwd!
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense

Het

Bosduinmysterie

HET BOEK