Het Bosduinmysterie – het boek
‘En dan is er het relikwie dat we gevonden hebben: een wijsheidstand van Sint-Siardus. Ook hier is een link met de historische context. Sint-Siardus was de abt van de Friese norbertijnenabdij Mariëngaarde tussen 1194 en 1230. Hij stond bekend om zijn soberheid en zorg voor de armen. Zoals vaak gebeurde in die tijd, werd het gebeente van de overleden en heiligverklaarde man, verdeeld als relikwieën voor verering door de gelovigen. Toen Friesland protestants werd, raakten de reliekkisten van Siardus verspreid. Onder impuls van de Tongerlose prelaat Hadrianus Stalpaerts wist zijn abdij in 1617 een van de reliekkisten te verwerven. Hierin bevonden zich onder andere zijn kin, een groot deel van zijn hoofd en de helft van zijn verdere gebeente. ‘De abdij werd in 1796 door de Fransen opgeheven. Maar de paters hadden de kerkschatten en de relieken tijdig in veiligheid gebracht en verborgen. Dat een tand van Siardus opduikt in het Bosduinmysterie is dus helemaal niet ongeloofwaardig. Maar goed, nu hebben jullie genoeg historische achtergrond om de sage van de Witte Waker beter te begrijpen. ‘De sage begint dus met het beeld van pater Gregorius die twee kisten met kerkschatten dumpt in het Bosduinven. Alijt, die de Heks van het Bosduinven genoemd werd, is er getuige van. Zij hoort de eed van de pater, die zegt dat hij altijd zal waken over de schat. Met dat “altijd” wordt de aanzet gegeven tot het ontstaan van de mythische figuur, die de schat bewaakt. Een mysterieuze “geest-achtige” gedaante die door de tijden heen de eed van de pater gestand doet. En er moet ook “altijd” een Alijt zijn, zegt de sage. ‘En zoals jullie weten, hebben we nu Mante Vandezande in ons midden, ook hier vanavond – welkom mevrouw Vandezande, blij dat u kon komen. Sommige Bosduiners denken dat Mante de erfgename is van de heks, hoewel ze daar zelf om moet lachen. Maar ja, je weet maar nooit. Ook dat stukje van het Bosduinmysterie… zal wellicht voor altijd een mysterie blijven. ‘Is de vloek van de heks ooit uitgekomen? Zoals ik gezegd heb, dit soort volksverhalen bevatten soms een selffulfilling prophecy, een
zelfvervullende voorspelling, waarbij gebeurtenissen in het echte leven bekeken worden als de uitwerking van de voorspelling. De elektrocutie van de zoon van Vanderweyden, was daar een eerste voorbeeld van. Een tweede slachtoffer toegeschreven aan de vloek, viel na afloop van de Eerste Wereldoorlog. ‘Om de smokkel en de vlucht van deserteurs en Belgische oorlogsvrijwilligers tegen te gaan, plaatsten de Duitse bezetters een driedubbele elektrische versperring, de Dodendraad, langsheen de volledige grens met Nederland, meer dan 330 km lang. De draadversperring was 1,40 meter hoog en had drie hekken, op parallelle rijen naast mekaar geplaatst. De hekken bestonden uit houten palen, in de grond geslagen op ongeveer een meter uit elkaar. Met porseleinen isolatoren werden er horizontaal vijf tot zeven stalen draden aan vastgemaakt. Alleen op het middelste hek van de drie, stond stroom. Een dodelijke spanning van 2000 Volt.

De Lezing door Elias Van Gorp

deel 2
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Het Bosduinmysterie - bonusverhaal
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek

De Lezing

door Elias Van Gorp

Het Bosduinmysterie bonusverhaal
‘En dan is er het relikwie dat we gevonden hebben: een wijsheidstand van Sint-Siardus. Ook hier is een link met de historische context. Sint- Siardus was de abt van de Friese norbertijnenabdij Mariëngaarde tussen 1194 en 1230. Hij stond bekend om zijn soberheid en zorg voor de armen. Zoals vaak gebeurde in die tijd, werd het gebeente van de overleden en heiligverklaarde man, verdeeld als relikwieën voor verering door de gelovigen. Toen Friesland protestants werd, raakten de reliekkisten van Siardus verspreid. Onder impuls van de Tongerlose prelaat Hadrianus Stalpaerts wist zijn abdij in 1617 een van de reliekkisten te verwerven. Hierin bevonden zich onder andere zijn kin, een groot deel van zijn hoofd en de helft van zijn verdere gebeente. ‘De abdij werd in 1796 door de Fransen opgeheven. Maar de paters hadden de kerkschatten en de relieken tijdig in veiligheid gebracht en verborgen. Dat een tand van Siardus opduikt in het Bosduinmysterie is dus helemaal niet ongeloofwaardig. Maar goed, nu hebben jullie genoeg historische achtergrond om de sage van de Witte Waker beter te begrijpen. ‘De sage begint dus met het beeld van pater Gregorius die twee kisten met kerkschatten dumpt in het Bosduinven. Alijt, die de Heks van het Bosduinven genoemd werd, is er getuige van. Zij hoort de eed van de pater, die zegt dat hij altijd zal waken over de schat. Met dat “altijd” wordt de aanzet gegeven tot het ontstaan van de mythische figuur, die de schat bewaakt. Een mysterieuze “geest-achtige” gedaante die door de tijden heen de eed van de pater gestand doet. En er moet ook “altijd” een Alijt zijn, zegt de sage. ‘En zoals jullie weten, hebben we nu Mante Vandezande in ons midden, ook hier vanavond – welkom mevrouw Vandezande, blij dat u kon komen. Sommige Bosduiners denken dat Mante de erfgename is van de heks, hoewel ze daar zelf om moet lachen. Maar ja, je weet maar nooit. Ook dat stukje van het Bosduinmysterie… zal wellicht voor altijd een mysterie blijven. ‘Is de vloek van de heks ooit uitgekomen? Zoals ik gezegd heb, dit soort volksverhalen bevatten soms een selffulfilling prophecy, een zelfvervullende voorspelling, waarbij gebeurtenissen in het echte leven bekeken worden als de uitwerking van de voorspelling. De elektrocutie van de zoon van Vanderweyden, was daar een eerste voorbeeld van. Een tweede slachtoffer toegeschreven aan de vloek, viel na afloop van de Eerste Wereldoorlog. ‘Om de smokkel en de vlucht van deserteurs en Belgische oorlogsvrijwilligers tegen te gaan, plaatsten de Duitse bezetters een driedubbele elektrische versperring, de Dodendraad, langsheen de volledige grens met Nederland, meer dan 330 km lang. De draadversperring was 1,40 meter hoog en had drie hekken, op parallelle rijen naast mekaar geplaatst. De hekken bestonden uit houten palen, in de grond geslagen op ongeveer een meter uit elkaar. Met porseleinen isolatoren werden er horizontaal vijf tot zeven stalen draden aan vastgemaakt. Alleen op het middelste hek van de drie, stond stroom. Een dodelijke spanning van 2000 Volt.

deel 2

cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek