deel 6
‘Dit
is
verdorie
een
schets
van
mijn
interieur,’
zegt
Jolande
met
trillende
stem,
‘exact
hetzelfde
beeld
dat
staat
op
het
servetje
dat
die
onbekende
man hier achtergelaten heeft!’
We
nemen
het
mapje
mee
en
vergelijken
het
servet
met
het
exemplaar
dat
in
de
gelagzaal
ingelijst aan de muur hangt.
‘Volledig
identiek,’
zegt
Elias
met
gesmoorde
stem,
‘gewoon
niet
te
begrijpen
hoe
die
man
precies
dezelfde
schets
kon
maken
als
deze,
die
meer
dan
100
jaar
achter
gesloten
deur
verborgen
bleef!
Zelfs
de
details
kloppen,
kijk
maar die kromme balk boven de deur.’
‘Ik
word
hier
niet
goed
van,’
hijgt
Jolande.
Ze
grijpt
naar
haar
hart
en
veegt
met
de
theedoek
op
haar
schouder
het
zweet
van
haar
voorhoofd.
‘Dit lijkt wel magie!’
‘Tja,
je
kunt
hier
wel
spreken
van
een
serieus
mysterie,’
geef
ik
haar
gelijk.
‘Wie
was
die
onbekende
klant
van
je?
En
hoe
is
het
mogelijk
dat
hij
geïnspireerd
werd
door
een
man
die
een
eeuw
geleden
precies
dezelfde
schets
maakte
—
op
exact
dezelfde
wijze,
op
een
servet?
Ook
het
perspectief
klopt.
Hij
moet
dus
aan
precies
hetzelfde
tafeltje
gezeten
hebben,
in
de
hoek
bij
het venster.’
We
spreken
af
dat
Elias
wat
opzoekingswerk
gaat
doen:
wie
was
die
Alfred
Romouts?
Dat
is
ons
eerste
en
enige
aanknopingspunt
om
het
mysterie
van
de
dichtgemetselde
deur,
zoals
we
het
ondertussen
een
naam
gegeven
hebben,
op
te
lossen.
We
verzamelen
de
dag
nadien
rond
aperitieftijd.
Tja,
het
nuttige
koppelen
aan
het
aangename, wat is daar mis mee?
‘En,
Elias,
hoe
gaat
het
met
je,
al
wat
wijzer
geworden,
ouwe
boekenwurm?’
vraagt
Fons
die
hem
daarbij
lachend
een
stevige
mep
op
z’n
schouder geeft.
‘Gaat
wel,
brengt
Elias
hoestend
uit,
‘tot
net
voor je me die klap gaf.’
‘Laat eens horen,’ vraag ik geïnteresseerd.
‘Wel,
ik
heb
ontdek
dat
Alfred
Rombouts
een
jonge
kunstschilder
was,
een
man
van
22
jaar
die
tijdens
de
eerste
wereldoorlog
ondergedoken
zat
in
Bosduin.
Hij
had
van
de
toenmalige
uitbater
een
onderkomen
gekregen
in
het
verborgen
kamertje.
Dat
werd
niet
meer
gebruikt
sinds
de
postkoetsen
vervangen
waren
door
de
trein
en
stoomtrams.’
‘Waarom
zat
die
jongeman
ondergedoken?’
vraagt Jolande.
‘Tijdens
de
Eerste
Wereldoorlog
werden
in
ons
land
op
grote
schaal
mannen
opgevorderd
en
gedeporteerd
om
in
Duitsland
te
gaan
werken.
Alfred
was
er
één
van.
Hij
zat
hier
ondergedoken
in
afwachting
dat
hij
naar
Nederland
kon
vluchten.
Dat
was
niet
zo
eenvoudig.
De
grens
was
hermetisch
afgesloten
met
de
Dodendraad,
een
hekken
waarop
een
dodelijke
elektrische
stroom
gezet
was.
Het
waren
enkel
de
“passeurs”,
die je veilig naar de overkant konden brengen.’
‘En
al
die
tekeningen
en
portretten,
wat
is
daarvan de betekenis?’
‘Wel
ik
neem
aan,’
zegt
Elias,
dat
Alfred
zich
zo
een
beetje
zat
te
vervelen,
terwijl
hij
moest
wachten
op
transport.
Wellicht
is
dat
de
reden
waarom
hij
van
alle
bezoekers
van
de
herberg
een
tekeningetje
gemaakt
heeft
en
de
muren
van
z’n verblijf ook wat opfleurde.’
‘Blijft
er
toch
nog
dat
ene
eigenaardigheidje,’
zeg
ik,
‘dat
portret
met
alleen
een
voornaam
en
een jaartal.’
‘Tja,
misschien
werd
hij
gestoord
terwijl
hij
de
naam aan het invullen was of zo,’ zegt Fons.
‘Zou kunnen,’ zeg ik, maar toch…’
Het mysterie van de
dichtgemetselde deur
De meeste afbeeldingen op
deze website zijn geheel of
gedeeltelijk gegenereerd met
behulp van kunstmatige
intelligentie (AI). Net zoals in
m’n boeken: namen,
personages, plaatsen en
gebeurtenissen zijn producten
van de verbeelding van de
auteur of worden fictief
gebruikt. Elke gelijkenis met
bestaande personen, levend of
overleden, berust op toeval.
Jef
Vandepoele,
amateurspeurder,
verteller
en
hoofdpersonage
uit
de
boekenreeks
‘Kempense
Dorpsdetectives’,
vertelt
hier
een
reeks
bijna
echt
gebeurde
verhalen
over
mysteries
die
Bosduin
in
de
ban
hielden…
tot
de Jef ze kon oplossen…