en zijn mysteries JEF
Het eerste kleine mysterie uit deze reeks is gebaseerd op een waargebeurd verhaal: in Poperinge heeft een restaurantuitbater een tekening gevonden toen hij de tafel van een klant afruimde. Op een servet heeft de mysterieuze artiest een illustratie gemaakt van het interieur van het restaurant. Een echt kunstwerkje. Het servet hangt intussen ingekaderd aan zijn muur. Dit verhaal haalde de nationale pers. De kunstenaar heeft zich intussen gemeld en oogst veel bijval, vooral omdat hij zijn kleine
kunstwerkjes meestal anoniem laat liggen in cafés en restaurants die hij bezoekt. Ik heb van dit mooie verhaal een klein Bosduinmysterie gemaakt. Volledig verzonnen, behalve de trigger natuurlijk, de aanleiding die me voldoende inspiratie gaf om er een verhaal rond te weven. Jef vertelt het en je zal een paar personages terugzien die in mijn boeken een rol spelen.

Het mysterie van de dichtgemetselde deur

Het is marktdag in Bosduin. Naar wekelijkse gewoonte doe ik daar een deel van onze boodschappen. Als beloning voor zoveel familiale burgerzin, stap ik daarna met pak en zak Herberg De Postiljon binnen om er een lekker biertje te degusteren. ‘Hey, Jef! Wat zal het wezen te zijn? Een lekker Hollands trappistje van ’t vat zoals anders?’ Jolande, de ietwat mollige maar joviale uitbaatster van Nederlandse origine die Herberg De Postiljon uitbaat, begroet me nog voor ik de deur achter me gesloten heb. ‘Goed idee, Jolande. Geef me maar weer zo een La Trappe Quadrupeltje.’ Ik zet me aan m’n stamtafeltje, dicht bij de haard, waar het lekker warm is. Dat doet deugd want het was toch wel wat frisjes buiten op deze zonnige maar koele herfstdag in november. ‘Jef, nou moet je toch ‘es kijken wat ik hier gevonden heb, een écht kunstwerkje!’ Ze toont me een stuk verfrommeld papier, zo lijkt het wel. Maar als ze het voor me gladstrijkt op m’n tafeltje, dan merk ik wat erop staat. Het is een prachtig uitgewerkte schets van de gelagzaal. Elk detail klopt: de statige antieke toog met de tapkranen, de staande klok tegen de muur, een paar klanten die een pintje heffen en toasten met elkaar. ‘Waar heb je dat gevonden, Jolande? Het is inderdaad een klein meesterwerkje — in dit genre natuurlijk.’ Jolande, met haar blozende wangetjes, recht haar rug, slaat de theedoek die ze vasthoudt over haar schouder en zet haar handen in de heupen. Ze kijkt me aan met heldere, tintelende ogen. ‘Wel, gisteren zaten daar aan dat tafeltje in de hoek bij het venster, twee hoogbejaarden. Klanten die ik hier nog nooit eerder gezien heb. Rustige mensen, dat wel. Ze bestelden twee verwenkoffies. Daar doe ik dan een servetje bij. Om de vette vingertjes aan af te vegen als ze het stukje cake verorberd hebben, weet je wel. Alles leek volkomen normaal. Ze zaten gewoon wat gezellig te keuvelen, zoals ouwe koppels dat kunnen. Nou, niet echt dat ze verliefd zaten te doen of zo. Neen, ze hadden eerder een doorleefde blik in de ogen, zo van mensen die al een leven lang samen hun patatjes schillen. Toch viel me wel iets op.’ Ze buigt zich naar me doe en dempt haar stem. ‘De man zat voortdurend rond te kijken, alsof hij de hele zaak in het oog hield. Dan leek het wel of hij notities maakte op een stukje papier. Hij keek nauwelijks naar z’n vrouw, hoewel hij er de hele tijd mee praatte. Het was rondkijken, iets krabbelen, rondkijken, krabbelen. Ik dacht, wat doet die man nou toch.’
‘Op zich is dat toch niet zo bijzonder, denk ik dan?’ ‘Neen natuurlijk niet, Jef. Als een journalist of een student notities maakt, oké. Maar die ouwe man, wat moet die nou nog met pen en papier?’ ‘Een boodschappenlijstje maken, bijvoorbeeld.’ ‘Grappig hoor. Maar neen, toen ze vertrokken waren en ik hun tafeltje afruimde lag het daar. Gewoon zo voor m’n neus, dit dingetje. Het lijkt wel een prentje van Anton Pieck, in zwart-wit, vind je niet?’ ‘Ja het is prachtig. Een man met talent, dat zie je zo. Maar, nu ik het eens goed bekijk, heb jij dat ook opgemerkt?’ ‘Wat dan, Jef?’ ze kijkt me vragend aan, draait het servetje naar zich toe en bestudeert het aandachtig. ‘Nou, ik zie niks bijzonders, jij wel?’ ‘De deur, Jolande! Hij heeft een deur getekend links naast de toog.’ ‘Een deur? Ja, nou zie ik het ook! Maar er is daar helemaal geen deur!’ ‘Toch heeft de man ze met veel detail uitgebeeld.’ ‘Waarom zou die dat nou gedaan hebben, denk je?’
Jef Vandepoele, amateurspeurder, verteller en hoofdpersonage uit de boekenreeks ‘Kempense Dorpsdetectives’, vertelt hier een reeks bijna echt gebeurde verhalen over mysteries die Bosduin in de ban hielden… tot de Jef ze kon oplossen…
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Het mysterie van de dichtgemetselde deur
Het eerste kleine mysterie uit deze reeks is gebaseerd op een waargebeurd verhaal: in Poperinge heeft een restaurantuitbater een tekening gevonden toen hij de tafel van een klant afruimde. Op een servet heeft de mysterieuze artiest een illustratie gemaakt van het interieur van het restaurant. Een echt kunstwerkje. Het servet hangt intussen ingekaderd aan zijn muur. Dit verhaal haalde de nationale pers. De kunstenaar heeft zich intussen gemeld en oogst veel bijval, vooral omdat hij zijn kleine kunstwerkjes meestal anoniem laat liggen in cafés en restaurants die hij bezoekt. Ik heb van dit mooie verhaal een klein Bosduinmysterie gemaakt. Volledig verzonnen, behalve de trigger natuurlijk, de aanleiding die me voldoende inspiratie gaf om er een verhaal rond te weven. Jef vertelt het en je zal een paar personages terugzien die in mijn boeken een rol spelen
Het is marktdag in Bosduin. Naar wekelijkse gewoonte doe ik daar een deel van onze boodschappen. Als beloning voor zoveel familiale burgerzin, stap ik daarna met pak en zak Herberg De Postiljon binnen om er een lekker biertje te degusteren. ‘Hey, Jef! Wat zal het wezen te zijn? Een lekker Hollands trappistje van ’t vat zoals anders?’ Jolande, de ietwat mollige maar joviale uitbaatster van Nederlandse origine die Herberg De Postiljon uitbaat, begroet me nog voor ik de deur achter me gesloten heb. ‘Goed idee, Jolande. Geef me maar weer zo een La Trappe Quadrupeltje.’ Ik zet me aan m’n stamtafeltje, dicht bij de haard, waar het lekker warm is. Dat doet deugd want het was toch wel wat frisjes buiten op deze zonnige maar koele herfstdag in november. ‘Jef, nou moet je toch ‘es kijken wat ik hier gevonden heb, een écht kunstwerkje!’ Ze toont me een stuk verfrommeld papier, zo lijkt het wel. Maar als ze het voor me gladstrijkt op m’n tafeltje, dan merk ik wat erop staat. Het is een prachtig uitgewerkte schets van de gelagzaal. Elk detail klopt: de statige antieke toog met de tapkranen, de staande klok tegen de muur, een paar klanten die een pintje heffen en toasten met elkaar. ‘Waar heb je dat gevonden, Jolande? Het is inderdaad een klein meesterwerkje — in dit genre natuurlijk.’ Jolande, met haar blozende wangetjes, recht haar rug, slaat de theedoek die ze vasthoudt over haar schouder en zet haar handen in de heupen. Ze kijkt me aan met heldere, tintelende ogen. ‘Wel, gisteren zaten daar aan dat tafeltje in de hoek bij het venster, twee hoogbejaarden. Klanten die ik hier nog nooit eerder gezien heb. Rustige mensen, dat wel. Ze bestelden twee verwenkoffies. Daar doe ik dan een servetje bij. Om de vette vingertjes aan af te vegen als ze het stukje cake verorberd hebben, weet je wel. Alles leek volkomen normaal. Ze zaten gewoon wat gezellig te keuvelen, zoals ouwe koppels dat kunnen. Nou, niet echt dat ze verliefd zaten te doen of zo. Neen, ze hadden eerder een doorleefde blik in de ogen, zo van mensen die al een leven lang samen hun patatjes schillen. Toch viel me wel iets op.’ Ze buigt zich naar me doe en dempt haar stem.
‘De man zat voortdurend rond te kijken, alsof hij de hele zaak in het oog hield. Dan leek het wel of hij notities maakte op een stukje papier. Hij keek nauwelijks naar z’n vrouw, hoewel hij er de hele tijd mee praatte. Het was rondkijken, iets krabbelen, rondkijken, krabbelen. Ik dacht, wat doet die man nou toch.’ ‘Op zich is dat toch niet zo bijzonder, denk ik dan?’ ‘Neen natuurlijk niet, Jef. Als een journalist of een student notities maakt, oké. Maar die ouwe man, wat moet die nou nog met pen en papier?’ ‘Een boodschappenlijstje maken, bijvoorbeeld.’ ‘Grappig hoor. Maar neen, toen ze vertrokken waren en ik hun tafeltje afruimde lag het daar. Gewoon zo voor m’n neus, dit dingetje. Het lijkt wel een prentje van Anton Pieck, in zwart-wit, vind je niet?’ ‘Ja het is prachtig. Een man met talent, dat zie je zo. Maar, nu ik het eens goed bekijk, heb jij dat ook opgemerkt?’ ‘Wat dan, Jef?’ ze kijkt me vragend aan, draait het servetje naar zich toe en bestudeert het aandachtig. ‘Nou, ik zie niks bijzonders, jij wel?’ ‘De deur, Jolande! Hij heeft een deur getekend links naast de toog.’ ‘Een deur? Ja, nou zie ik het ook! Maar er is daar helemaal geen deur!’ ‘Toch heeft de man ze met veel detail uitgebeeld.’ ‘Waarom zou die dat nou gedaan hebben, denk je?’
privacy beleid
JEF en zijn mysteries
Jef Vandepoele, amateurspeurder, verteller en hoofdpersonage uit de boekenreeks ‘Kempense Dorpsdetectives’, vertelt hier een reeks bijna echt gebeurde verhalen over mysteries die Bosduin in de ban hielden… tot de Jef ze kon oplossen…
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries