deel 5
‘Jef,
wacht!’
roept
Jolande
als
ze
merkt
wat
ik
van
plan
ben,
‘laat
me
eerst
dat
symbool
opkuisen.
Misschien
kent
Elias
er
de
betekenis
wel van.’
Met
een
natte
doek
veegt
ze
de
kalksporen
weg
en
we
zien
nu
beter
wat
er
staat:
een
posthoorn binnen een cirkel.
Elias
poetst
voorzichtig
het
stof
van
z’n
bril
en
herkent
meteen
het
teken
als
het
oude
symbool
van
de
postiljons
die
in
de
achttiende
eeuw tussen Breda en Antwerpen reden.
‘Dat
is
heel
eenvoudig
te
verklaren,’
zegt
hij.
‘Een
klassiek
teken
voor
de
bergruimtes
die
in
de
oude
afspanningen
door
de
postkoetsiers
gebruikt
werden
om
de
waardevolle
stukken
die
ze
vervoerden
’s
nachts
in
op
te
bergen
achter
slot
en
grendel.
Ze
konden
die
moeilijk
in
de
koets laten zitten of ze werden geroofd.’
‘Misschien
ligt
het
er
wel
vol
vergeten
postzakken,’
zegt
Fons
grappend,
‘dan
ga
ik
straks
weten
waarom
de
nieuwjaarskaart
van
nonkel
Louis
nooit
toegekomen
is.
Hij
heeft
er
ons
een
jaar
lang
scheef
voor
bekeken
omdat
we hem niet bedankt hebben.’
‘Ja,
dan
wordt
het
nu
wel
tijd
om
die
berging
vanbinnen
te
bekijken,
zegt
Jolande,
terwijl
ze
voorzichtig
de
deurklink
neerdrukt.
De
deur
scharniert
piepend
open.
Droge
koele
lucht
stroomt
naar
buiten.
Binnen
hangt
de
geur
van
oud
papier
en
stoffige
archiefdozen.
Het
is
er
stikdonker.
‘Jef,
haal
‘es
even
die
zaklamp
achter
de
toog,
tweede
lade,
links
naast
de
tap,
‘zegt
Jolande
terwijl
ze
vruchteloos
zoekt
naar
een
lichtschakelaar.
Achter
de
deur
blijkt
een
smal
kamertje
te
zitten
van
nauwelijks
drie
bij
drie
meter.
Op
het
eerste
gezicht
leeg.
Tot
ik
met
de
zaklamp
langs
de
muren
schijn.
Dan
zien
we
tientallen
tekeningen
rechtstreeks
aangebracht
op
de
kalkmuren.
Schetsen
van
Bosduin:
de
oude
tramhalte,
de
verdwenen
visrokerij,
de
Herberg
De
Postiljon
vóór
de
verbouwing.
Ook
landschappen
met
bossen,
vennen,
de
heide,
een
oude
windmolen
en
een
landhuis.
We
staan
er met z’n allen met verstomming naar te kijken.
‘Wat
voor
de
drommel
is
dat
hier?’
Jolande
staat
met
verstomming
geslagen
de
muren
te
bekijken. ‘Dit lijkt wel een kunstgalerij!’
‘Kijk,
onderaan
elke
tekening
staat
dezelfde
sierlijke
handtekening:
“Alfred
Rombouts”,
zegt
Elias
die
ons
naar
binnen
gevolgd
is.
‘Dat
doet
een
belletje
rinkelen,
maar
ik
moet
het
opzoeken
om
zeker
te
weten
wie
die
man
wel
geweest is.’
‘Kijk
hier
nou!’
roept
Jolande
verwonderd
uit.
Hier
staat
een
tafeltje
met
een
map
erop.
Er
lijken wel oude documenten in te zitten.’
Ik
kom
dichterbij
en
belicht
de
map
met
de
zaklamp.
Elias,
die
de
oren
spitst,
reageert
op
de
woorden
“oude
documenten”
als
een
hond
op
het
belletje
van
Pavlov.
Hij
wringt
zich
tussen
mij
en Jolande door naar het tafeltje.
‘Wacht,
niet
aanraken,
laat
mij
eerst
even
kijken,’
zegt
hij
met
ingehouden
emotie.
Hij
zet
z’n
bril
recht
op
z’n
neus
en
opent
voorzichtig
de
map.
‘Wel
dat
is
vreemd,’
zegt
hij,
terwijl
hij
de
inhoud
doorbladert,
dit
zijn
allemaal
schetsen,
potloodtekeningen.
Maar
niet
op
tekenpapier,
op servetten!’
We
bekijken
samen
met
hem
de
inhoud:
tientallen
servetten
met
daarop
in
potlood
geschetste
portretten,
waarschijnlijk
van
inwoners
van
Bosduin
of
alleszins
van
bezoekers
van
de
herberg.
Onder
elk
portret
staat
de
naam
en voornaam van het model.
‘Dit
is
wel
opvallend,’
zegt
Elias
die
één
van
de
servetten
van
dichterbij
bekijkt,
‘hierop
staat
wel
een
man
afgebeeld,
maar
er
staat
enkel
een
voornaam
bij:
“Alex”
en
“1917”,
een
jaartal.’
Het
is
het
portret
van
een
oude
man,
wellicht
begin
zijn
tachtiger
jaren.
Hij
is
gekleed
in
een
vest
met
daaronder
een
hemd
lijkt
het
wel.
En
hij
draagt
een
platte
pet,
waar
een
paar
sprietjes
haar
onderuit komen.
‘Waarom
enkel
een
voornaam?’
vraagt
Fons
die over mijn schouder meekijkt.
‘Geen idee,’ zegt Elias, ‘maar wat… wat is dit?’
We
verdringen
ons
nu
alle
vier
om
het
laatste
servet
in
het
mapje
van
dichterbij
te
bekijken.
Het mysterie van de
dichtgemetselde deur
De meeste afbeeldingen op
deze website zijn geheel of
gedeeltelijk gegenereerd met
behulp van kunstmatige
intelligentie (AI). Net zoals in
m’n boeken: namen,
personages, plaatsen en
gebeurtenissen zijn producten
van de verbeelding van de
auteur of worden fictief
gebruikt. Elke gelijkenis met
bestaande personen, levend of
overleden, berust op toeval.
Jef
Vandepoele,
amateurspeurder,
verteller
en
hoofdpersonage
uit
de
boekenreeks
‘Kempense
Dorpsdetectives’,
vertelt
hier
een
reeks
bijna
echt
gebeurde
verhalen
over
mysteries
die
Bosduin
in
de
ban
hielden…
tot
de Jef ze kon oplossen…