deel 3
‘Wel,
de
deur
zat
er
tot
kort
na
de
eerste
wereldoorlog.
In
1920
hebben
ze
De
Postiljon
gerenoveerd en de deur gesupprimeerd.’
‘En
waarom
hebben
ze
die
deur
dan
dichtgemetseld,
Elias?’
vraagt
Jolande,
die
hem
met gefronste wenkbrauwen vragend aankijkt.
‘Tja,
dat
blijft
een
goeie
vraag,
Jolande.
Ik
heb
wel
de
documenten
gezien
van
de
architect
die
de
verbouwingswerken
uitgevoerd
heeft,
maar
daar
staat
natuurlijk
de
reden
voor
de
verbouwing
niet
bij vermeld.
‘Er
ligt
voorzekers
een
geheime
schat!’
zegt
Fons,
die
ons
samenzweerderig
aankijkt,
alsof
hij
wéét
dat
er
goudklompen
verborgen
liggen
achter de deur.’
‘Jij
mafkees,’
zegt
Jolande,
‘een
schat,
dan
hebben
ze
die
wel
eerst
afgevoerd
en
bij
de
bank
in
een
kluisje
gestopt
voor
ze
de
deur
dichttimmerden, niet toch?’
‘Er
werden
geheime
vergaderingen
gehouden
van het verzet.’
We
kijken
alle
drie
tegelijk
in
het
rond
om
te
zien
van
waar
en
van
wie
die
bewering
komt.
Aan
een
tafeltje
wat
verderop
zien
we
Joris
De
Clerck
zitten,
de
geschorste
notaris.
Het
is
een
oude
man,
ver
in
de
zeventig.
Ooit
was
hij
iemand
die
gezag
uitstraalde.
De
vertrouwenspersoon
van
zowat
iedereen
in
Bosduin,
die
decennialang
huwelijken,
erfenissen
en
dorpsconflicten
begeleid
heeft
met
kalme
precisie.
Nu
zit
hij
daar,
ineengedoken,
met
gekromde
rug.
Een
schaduw
van
wat
hij
ooit
geweest
is.
Het
Tranquilladossier
werd
zijn
professionele
ondergang,
maar
daar
lees
je
alles
over
in
het
boek
“
Het
Bosduinmysterie
”.
‘Wat
bedoel
je,
Joris,’
vraagt
Jolande
met
een
bedeesd stemmetje.
‘Achter
die
verborgen
deur
zit
een
kamertje
waar
ze
Duitse
deserteurs,
oorlogsvrijwilligers
en
spionnen
verzamelden,
om
ze
met
behulp
van
de
passeurs
naar
Nederland
te
smokkelen,
doorheen
de
Dodendraad.
Ze
vergaderden
er
om
te
bespreken
hoe
en
wanneer
ze
veilig
mensen
door
de
draad
konden
brengen.
Op
het
einde
van
de
oorlog
stockeerden
de
Vermeulens,
de
sigarenmakers
uit
Loenhout,
er
hun
sigaren
die
ze
tegen woekerprijzen in Nederland verkochten.’
We kijken hem alle drie met open mond aan.
‘En jij weet dat allemaal, Joris?’
‘Ik
had
een
achternonkel
die
hier
in
de
Herberg
achter
de
toog
stond
en
die
mee
in
het
complot zat.’
‘Achternonkel?
Een
soort
migrant,
of
wat?’
vraagt
Jolande
die
duidelijk
niet
mee
is
met
indeling van de Vlaamse familiestambomen.
‘Achterlijke
nonkel
of
niet,
ik
ben
nu
toch
wel
benieuwd
of
dit
verhaal
van
de
verborgen
deur
en
wat
erachter
zit,
waar
is,’
zeg
Fons,
die
ook
wel
voor
een
kort
momentje
serieus
kan
zijn,
blijkt
nu.
Hij
schuift
z’n
baret
nog
wat
schever
en
krabt
in
de
weinige
grijswitte
sprietjes
haar
die
daardoor
vrijkomen.
‘En
het
verklaart
nog
niet,
waarom
ze
het
na
de
oorlog
dichtgemetseld
hebben,’
voeg
ik
eraan
toe.
‘En
ook
niet
hoe
die
anonieme
kunstenaar
dat
weet,’ vult Fons me aan.
We
horen
Jolande
luid
snuiven.
Ze
recht
haar
rug en lijkt een kwart metertje te groeien.
‘Weet
je
wat,
luitjes,
we
gaan
er
de
beuk
inzetten.
Die
deur
—
als
ze
er
werkelijk
is
—
moet
open!
Ik
kan
het
niet
maken
dat
er
in
m’n
eigen
optrekje, een onbenutte ruimte is.
‘Misschien
ligt
er
wel
een
lijk!’
zegt
Fons,
‘het
zou wel passend zijn, ’t is toch bijna Halloween!’
‘Fons,
steek
er
een
sok
in,’
zegt
Jolande;’
je
geeft
me
de
bibbers,
ouwe
dibbes!
Goed,
mijne
heren,
geef
me
een
momentje,
ik
moet
even
een
klusjesman bellen’.
Het mysterie van de
dichtgemetselde deur
De meeste afbeeldingen op
deze website zijn geheel of
gedeeltelijk gegenereerd met
behulp van kunstmatige
intelligentie (AI). Net zoals in
m’n boeken: namen,
personages, plaatsen en
gebeurtenissen zijn producten
van de verbeelding van de
auteur of worden fictief
gebruikt. Elke gelijkenis met
bestaande personen, levend of
overleden, berust op toeval.
Jef
Vandepoele,
amateurspeurder,
verteller
en
hoofdpersonage
uit
de
boekenreeks
‘Kempense
Dorpsdetectives’,
vertelt
hier
een
reeks
bijna
echt
gebeurde
verhalen
over
mysteries
die
Bosduin
in
de
ban
hielden…
tot
de Jef ze kon oplossen…