en zijn mysteries JEF

Het mysterie van de dichtgemetselde deur

‘Ach weet je, Elias, is het niet? Zoals je uit de krant wel begrepen hebt, is het zo een beetje een hobby van me om overal waar we op café of restaurant gaan, een schetsje achter te laten. Ik was voor ik met pensioen ging, kunstleraar van beroep en bijzonder geïnteresseerd in architectuur. Zo is het begonnen. Ik zit overal wat te krabbelen op bierviltjes, servetjes en op alles waar ik wat op kan tekenen. Ik heb altijd en overal een potlood bij me, weet je.’ ‘Maar hier, die deur?’ ‘Ik zeg het toch, architectuur interesseert me. De oude verborgen deur heb ik afgeleid uit de rest van de structuur van de gelagzaal. Tijdens het schetsen heb ik opgemerkt dat die balk daar en de nis eronder een afwijking is die onmogelijk kan kloppen met de rest van de structuur. Ik heb onbewust getekend wat volgens mij daar ooit moest gezeten hebben, een deur. De meest logische verklaring voor wat ik zag en het blijkt dat ik gelijk had, is het niet?’ ‘Kan je wel zeggen, Alex, maar toch. Weet je, wat ons vooral intrigeert is wat we achter die deur gevonden hebben: een ware kunstgalerij met muurtekeningen en een map met portretten, waarschijnlijk van klanten van de herberg. Maar één servetje is toch wel héél bijzonder, dit hier.’ Elias toont Alex het schetsje van de gelagzaal. ‘Dit is identiek, tot in de kleinste details aan de schets die jij gemaakt hebt! Dat kan toch onmogelijk waar zijn?’ Alex zet zijn leesbril recht en bekijkt beide servetten. ‘Inderdaad, identiek, heel bizar. Wie was de kunstenaar van dit werkje?’ ‘Dat was een jongeman, een ondergedoken werkweigeraar,’ neem ik het over van Elias. ‘Hij zou naar Nederland vluchten doorheen de Dodendraad. Zijn naam was Alfred Rombouts, zegt dat je iets?’ Alex kijkt me verwonderd aan. ‘Jawel hoor, dat was de naam van mijn grootvader. ‘Ah-ha! Dat verklaart al veel,’ zeg ik hoofdknikkend. ‘Ik heb mijn grootvader nooit gekend,’ zegt Alex, ‘maar ik heb als kind wel veel verhalen over hem gehoord van mijn vader. Die vertelde mij dat grootvader Alfred hier in de streek tijdens de oorlog ondergedoken was maar de exacte locatie wist hij niet. Wel heeft hij mij vaak verteld over het interieur van de herberg en van
het atelier waar hij verborgen zat.’ ‘Daarmee is het mysterie opgelost,’ zeg ik, ‘Jij hebt het tekentalent van jouw grootvader geërfd. De exact identieke tekening is deels het gevolg van jouw herinnering aan de familieverhalen over Alfred en deels omdat het interieur van deze gelagzaal in geen 100 jaar écht veranderd is, behalve die deur dan.’ ‘Ja, dat kan wel zo zijn,’ zegt Elias met twijfel in de stem, ‘maar dat verklaart niet alles…’ ‘Hoe bedoel je?’ vraagt Jolande verbaasd, ‘het lijkt me toch logisch wat Jef zegt?’ ‘Wel,’ zegt Elias terwijl hij het portret toont dat we gevonden hebben. ‘Deze schets zonder familienaam, draagt enkel de vermelding “Alex – 1917” en zeg nu zelf, dit ben jij toch, Alex?’ We zien het nu voor het eerst — de schets, het portret lijkt sprekend op de Alex die hier in levenden lijve bij ons zit. Zelfde postuur, zelfde gelaatstrekken, zelfde platte pet. Ik formuleer de vraag die iedereen zich op dat mompent stelt: ‘ Hoe kon Alfred Rombouts 110 jaar geleden zo exact de gelaatstrekken van zijn nu tachtigjarige kleinzoon voorspellen? Hoe kon hij in 1917 de voornaam voorspellen van zijn kleinzoon, als hij op dat moment zelfs nog geen kinderen, geen zoon had?
deel 9
Jef Vandepoele, amateurspeurder, verteller en hoofdpersonage uit de boekenreeks ‘Kempense Dorpsdetectives’, vertelt hier een reeks bijna echt gebeurde verhalen over mysteries die Bosduin in de ban hielden… tot de Jef ze kon oplossen…
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk

deel 9

‘Ach weet je, Elias, is het niet? Zoals je uit de krant wel begrepen hebt, is het zo een beetje een hobby van me om overal waar we op café of restaurant gaan, een schetsje achter te laten. Ik was voor ik met pensioen ging, kunstleraar van beroep en bijzonder geïnteresseerd in architectuur. Zo is het begonnen. Ik zit overal wat te krabbelen op bierviltjes, servetjes en op alles waar ik wat op kan tekenen. Ik heb altijd en overal een potlood bij me, weet je.’ ‘Maar hier, die deur?’ ‘Ik zeg het toch, architectuur interesseert me. De oude verborgen deur heb ik afgeleid uit de rest van de structuur van de gelagzaal. Tijdens het schetsen heb ik opgemerkt dat die balk daar en de nis eronder een afwijking is die onmogelijk kan kloppen met de rest van de structuur. Ik heb onbewust getekend wat volgens mij daar ooit moest gezeten hebben, een deur. De meest logische verklaring voor wat ik zag en het blijkt dat ik gelijk had, is het niet?’ ‘Kan je wel zeggen, Alex, maar toch. Weet je, wat ons vooral intrigeert is wat we achter die deur gevonden hebben: een ware kunstgalerij met muurtekeningen en een map met portretten, waarschijnlijk van klanten van de herberg. Maar één servetje is toch wel héél bijzonder, dit hier.’ Elias toont Alex het schetsje van de gelagzaal. ‘Dit is identiek, tot in de kleinste details aan de schets die jij gemaakt hebt! Dat kan toch onmogelijk waar zijn?’ Alex zet zijn leesbril recht en bekijkt beide servetten. ‘Inderdaad, identiek, heel bizar. Wie was de kunstenaar van dit werkje?’ ‘Dat was een jongeman, een ondergedoken werkweigeraar,’ neem ik het over van Elias. ‘Hij zou naar Nederland vluchten doorheen de Dodendraad. Zijn naam was Alfred Rombouts, zegt dat je iets?’ Alex kijkt me verwonderd aan. ‘Jawel hoor, dat was de naam van mijn grootvader. ‘Ah-ha! Dat verklaart al veel,’ zeg ik hoofdknikkend. ‘Ik heb mijn grootvader nooit gekend,’ zegt Alex, ‘maar ik heb als kind wel veel verhalen over hem gehoord van mijn vader. Die vertelde mij dat grootvader Alfred hier in de streek tijdens de oorlog ondergedoken was maar de exacte locatie wist hij niet. Wel heeft hij mij vaak verteld over het interieur van de herberg en van het atelier waar hij verborgen zat.’ ‘Daarmee is het mysterie opgelost,’ zeg ik, ‘Jij hebt het tekentalent van jouw grootvader geërfd. De exact identieke tekening is deels het gevolg van jouw herinnering aan de familieverhalen over Alfred en deels omdat het interieur van deze gelagzaal in geen 100 jaar écht veranderd is, behalve die deur dan.’ ‘Ja, dat kan wel zo zijn,’ zegt Elias met twijfel in de stem, ‘maar dat verklaart niet alles…’ ‘Hoe bedoel je?’ vraagt Jolande verbaasd, ‘het lijkt me toch logisch wat Jef zegt?’ ‘Wel,’ zegt Elias terwijl hij het portret toont dat we gevonden hebben. ‘Deze schets zonder familienaam, draagt enkel de vermelding “Alex – 1917” en zeg nu zelf, dit ben jij toch, Alex?’
We zien het nu voor het eerst — de schets, het portret lijkt sprekend op de Alex die hier in levenden lijve bij ons zit. Zelfde postuur, zelfde gelaatstrekken, zelfde platte pet. Ik formuleer de vraag die iedereen zich op dat mompent stelt: ‘ Hoe kon Alfred Rombouts 110 jaar geleden zo exact de gelaatstrekken van zijn nu tachtigjarige kleinzoon voorspellen? Hoe kon hij in 1917 de voornaam voorspellen van zijn kleinzoon, als hij op dat moment zelfs nog geen kinderen, geen zoon had?
Het mysterie van de dichtgemetselde deur
privacy beleid
JEF en zijn mysteries
Jef Vandepoele, amateurspeurder, verteller en hoofdpersonage uit de boekenreeks ‘Kempense Dorpsdetectives’, vertelt hier een reeks bijna echt gebeurde verhalen over mysteries die Bosduin in de ban hielden… tot de Jef ze kon oplossen…
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries