deel 9
‘Ach
weet
je,
Elias,
is
het
niet?
Zoals
je
uit
de
krant
wel
begrepen
hebt,
is
het
zo
een
beetje
een
hobby
van
me
om
overal
waar
we
op
café
of
restaurant
gaan,
een
schetsje
achter
te
laten.
Ik
was
voor
ik
met
pensioen
ging,
kunstleraar
van
beroep
en
bijzonder
geïnteresseerd
in
architectuur.
Zo
is
het
begonnen.
Ik
zit
overal
wat
te
krabbelen
op
bierviltjes,
servetjes
en
op
alles
waar
ik
wat
op
kan
tekenen.
Ik
heb
altijd
en
overal
een potlood bij me, weet je.’
‘Maar hier, die deur?’
‘Ik
zeg
het
toch,
architectuur
interesseert
me.
De
oude
verborgen
deur
heb
ik
afgeleid
uit
de
rest
van
de
structuur
van
de
gelagzaal.
Tijdens
het
schetsen
heb
ik
opgemerkt
dat
die
balk
daar
en
de
nis
eronder
een
afwijking
is
die
onmogelijk
kan
kloppen
met
de
rest
van
de
structuur.
Ik
heb
onbewust
getekend
wat
volgens
mij
daar
ooit
moest
gezeten
hebben,
een
deur.
De
meest
logische
verklaring
voor
wat
ik
zag
en
het
blijkt
dat ik gelijk had, is het niet?’
‘Kan
je
wel
zeggen,
Alex,
maar
toch.
Weet
je,
wat
ons
vooral
intrigeert
is
wat
we
achter
die
deur
gevonden
hebben:
een
ware
kunstgalerij
met
muurtekeningen
en
een
map
met
portretten,
waarschijnlijk
van
klanten
van
de
herberg.
Maar
één servetje is toch wel héél bijzonder, dit hier.’
Elias toont Alex het schetsje van de gelagzaal.
‘Dit
is
identiek,
tot
in
de
kleinste
details
aan
de
schets
die
jij
gemaakt
hebt!
Dat
kan
toch
onmogelijk waar zijn?’
Alex
zet
zijn
leesbril
recht
en
bekijkt
beide
servetten.
‘Inderdaad,
identiek,
heel
bizar.
Wie
was
de
kunstenaar van dit werkje?’
‘Dat
was
een
jongeman,
een
ondergedoken
werkweigeraar,’
neem
ik
het
over
van
Elias.
‘Hij
zou
naar
Nederland
vluchten
doorheen
de
Dodendraad.
Zijn
naam
was
Alfred
Rombouts,
zegt dat je iets?’
Alex
kijkt
me
verwonderd
aan.
‘Jawel
hoor,
dat was de naam van mijn grootvader.
‘Ah-ha!
Dat
verklaart
al
veel,’
zeg
ik
hoofdknikkend.
‘Ik
heb
mijn
grootvader
nooit
gekend,’
zegt
Alex,
‘maar
ik
heb
als
kind
wel
veel
verhalen
over
hem
gehoord
van
mijn
vader.
Die
vertelde
mij
dat
grootvader
Alfred
hier
in
de
streek
tijdens
de
oorlog
ondergedoken
was
maar
de
exacte
locatie
wist
hij
niet.
Wel
heeft
hij
mij
vaak
verteld
over
het
interieur
van
de
herberg
en
van
het
atelier
waar hij verborgen zat.’
‘Daarmee
is
het
mysterie
opgelost,’
zeg
ik,
‘Jij
hebt
het
tekentalent
van
jouw
grootvader
geërfd.
De
exact
identieke
tekening
is
deels
het
gevolg
van
jouw
herinnering
aan
de
familieverhalen
over
Alfred
en
deels
omdat
het
interieur
van
deze
gelagzaal
in
geen
100
jaar
écht
veranderd
is,
behalve die deur dan.’
‘Ja,
dat
kan
wel
zo
zijn,’
zegt
Elias
met
twijfel
in
de stem, ‘maar dat verklaart niet alles…’
‘Hoe
bedoel
je?’
vraagt
Jolande
verbaasd,
‘het
lijkt me toch logisch wat Jef zegt?’
‘Wel,’
zegt
Elias
terwijl
hij
het
portret
toont
dat
we
gevonden
hebben.
‘Deze
schets
zonder
familienaam,
draagt
enkel
de
vermelding
“Alex
–
1917” en zeg nu zelf, dit ben jij toch, Alex?’
We
zien
het
nu
voor
het
eerst
—
de
schets,
het
portret
lijkt
sprekend
op
de
Alex
die
hier
in
levenden
lijve
bij
ons
zit.
Zelfde
postuur,
zelfde
gelaatstrekken, zelfde platte pet.
Ik
formuleer
de
vraag
die
iedereen
zich
op
dat
mompent stelt:
‘
Hoe
kon
Alfred
Rombouts
110
jaar
geleden
zo
exact
de
gelaatstrekken
van
zijn
nu
tachtigjarige
kleinzoon
voorspellen?
Hoe
kon
hij
in
1917
de
voornaam
voorspellen
van
zijn
kleinzoon,
als
hij
op
dat
moment
zelfs
nog
geen
kinderen,
geen
zoon had?
Het mysterie van de
dichtgemetselde deur
De meeste afbeeldingen op
deze website zijn geheel of
gedeeltelijk gegenereerd met
behulp van kunstmatige
intelligentie (AI). Net zoals in
m’n boeken: namen,
personages, plaatsen en
gebeurtenissen zijn producten
van de verbeelding van de
auteur of worden fictief
gebruikt. Elke gelijkenis met
bestaande personen, levend of
overleden, berust op toeval.
Jef
Vandepoele,
amateurspeurder,
verteller
en
hoofdpersonage
uit
de
boekenreeks
‘Kempense
Dorpsdetectives’,
vertelt
hier
een
reeks
bijna
echt
gebeurde
verhalen
over
mysteries
die
Bosduin
in
de
ban
hielden…
tot
de Jef ze kon oplossen…