‘Na de Grote Brand in 1833 die honderden hectaren bos en heide in de as legde en talrijke hoevesteden, huizen en ook de staakmolen van Bosduin vernielde, werd zij als de aansteekster van de brand aanzien en dus als de schuldige voor die ramp. Haar huis werd geplunderd, haar kruiden verbrand, haar naam uit het doopregister geschrapt. Zij werd door de dorpelingen op het dorpsplein aan de schandpaal geklonken. Daar sprak ze, terwijl ze de publieke vernedering onderging, haar vloek uit: “De plek waar de molen stond en waar mijn huis werd onteerd, zij vervloekt tot in de eeuwigheid. De grond zal er onvruchtbaar zijn. Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt. En wie op die plek het geluk zoekt en het ven onteert, zal de Witte Waker ontmoeten. Ik ben de getuige van zijn eed! De Witte Waker beschermt het Gouden Kalf van het ven. Wee degene die het uit hebzucht zoekt en het tot het zijne wil maken! De Waker zal hem de Nachtmaar sturen die hem de rest van zijn ellendige leven des nachts zal kwellen! ‘Mijn rust is verstoord, maar ik zal niet rusten. Mijn krachten worden aan banden gelegd, maar ik heb ze nog. Mijn naam is besmeurd met haat en onbegrip, maar ik draag hem nog met trots. Mijn geheimen geef ik door en er zal tot het einde der tijden een Alijt onder jullie nakomelingen rondwaren! Er zal altijd een Alijt zijn die getuigenis kan afleggen van de eed van de Witte Waker. Er zal altijd een Alijt zijn in Bosduin!” ‘De dorpelingen waren zo geschrokken van haar schandvloek en voorspellingen, dat ze ijlings bevrijd werd van de schandpaal en weggejaagd uit het dorp. Zij verdween, zonder een spoor na te laten. Sommigen zeggen dat ze in het bos stierf. Anderen dat ze naar Nederland vluchtte. Weer anderen beweren dat ze nog steeds waakt over het domein. Haar graf is nooit gevonden.’ ‘Is de vloek van de heks ooit uitgekomen?’ vraagt Stafke, die met moeite wakker kan blijven, maar dat zeker niet zal toegeven, en dus dapper een vraag stelt om dit moment van gezellig familiegeluk te rekken. ‘Ja, Stafke, zo wordt althans beweerd. De vloek die ze uitsprak voor ze uitgedreven werd, leek al meteen daarna z’n uitwerking te hebben. Op de zwartgeblakerde grond rond de afgebrande staakmolen groeide niets meer behalve de giftige moerasrozemarijn. De boeren hakten het weg, brandden de akkers af, maar niets hielp. Het onkruid kwam steeds weer terug. De velden aan het Bosduinven bleven onvruchtbaar. Het werd gezegd dat de vloek van de heks bewaarheid werd. Niemand uit de buurt dacht er ook maar een moment aan om het stuk grond aan het ven te kopen en er een huis te bouwen uit vrees dat ook de rest van de vloek van Alijt hen zou treffen. ‘Tot in 1890 Hendrik Vanderweyden, een Antwerpse diamantair,
die de sage niet kende, het domein rondom de afgebrande molen aankocht. Het Bosduinven werd gedeeltelijk gedempt. Er werd een riant landgoed gebouwd, het huidige Huize Ten Bosduyn. In het jaar 1905, nog niet zo lang geleden dus, gebeurde het ongeluk. De enige zoon van Hendrik Vanderweyden werd geëlektrocuteerd toen hij in de feestzaal een kapotte elektrische lamp probeerde te vervangen. ‘Toen het voorval besproken werd in de herberg De Postiljon, op het Marktplein in Bosduin, waren de stamgasten het erover eens dat het bewijs geleverd was van de blijvende kracht van de vloek van de heks: “Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt.” ‘Vier jaar geleden heeft de familie Vermeulen, ge weet wel, de sigarenmakers uit Loenhout, het landhuis gekocht en ze zijn er komen wonen. Of de vloek van de heks ook hen zal treffen, dat kan geen mens voorspellen. Maar in het dorp wordt wel gefluisterd dat het niet lang meer zal duren.’ ‘Zo, kinders, dat was het voor deze avond. Geeft allen moeder nog een pieper en kruipt in uw bedstede. Morgen is ’t weer vroeg dag.’ De kinderen gehoorzamen zonder tegenspreken, maar elk van hen zal nog in gedachten voortbreien aan de sage van de Witte Waker en van Alijt, de heks… tot de vaakluizen hen in slaap bijten.
Het Bosduinmysterie – het boek

De Sage van de Witte Waker

deel 5
Einde van het verhaal
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Het Bosduinmysterie - bonusverhaal
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek

De Sage van

de Witte Waker

Het Bosduinmysterie bonusverhaal
‘Na de Grote Brand in 1833 die honderden hectaren bos en heide in de as legde en talrijke hoevesteden, huizen en ook de staakmolen van Bosduin vernielde, werd zij als de aansteekster van de brand aanzien en dus als de schuldige voor die ramp. Haar huis werd geplunderd, haar kruiden verbrand, haar naam uit het doopregister geschrapt. Zij werd door de dorpelingen op het dorpsplein aan de schandpaal geklonken. Daar sprak ze, terwijl ze de publieke vernedering onderging, haar vloek uit: “De plek waar de molen stond en waar mijn huis werd onteerd, zij vervloekt tot in de eeuwigheid. De grond zal er onvruchtbaar zijn. Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt. En wie op die plek het geluk zoekt en het ven onteert, zal de Witte Waker ontmoeten. Ik ben de getuige van zijn eed! De Witte Waker beschermt het Gouden Kalf van het ven. Wee degene die het uit hebzucht zoekt en het tot het zijne wil maken! De Waker zal hem de Nachtmaar sturen die hem de rest van zijn ellendige leven des nachts zal kwellen! ‘Mijn rust is verstoord, maar ik zal niet rusten. Mijn krachten worden aan banden gelegd, maar ik heb ze nog. Mijn naam is besmeurd met haat en onbegrip, maar ik draag hem nog met trots. Mijn geheimen geef ik door en er zal tot het einde der tijden een Alijt onder jullie nakomelingen rondwaren! Er zal altijd een Alijt zijn die getuigenis kan afleggen van de eed van de Witte Waker. Er zal altijd een Alijt zijn in Bosduin!” ‘De dorpelingen waren zo geschrokken van haar schandvloek en voorspellingen, dat ze ijlings bevrijd werd van de schandpaal en weggejaagd uit het dorp. Zij verdween, zonder een spoor na te laten. Sommigen zeggen dat ze in het bos stierf. Anderen dat ze naar Nederland vluchtte. Weer anderen beweren dat ze nog steeds waakt over het domein. Haar graf is nooit gevonden.’ ‘Is de vloek van de heks ooit uitgekomen?’ vraagt Stafke, die met moeite wakker kan blijven, maar dat zeker niet zal toegeven, en dus dapper een vraag stelt om dit moment van gezellig familiegeluk te rekken. ‘Ja, Stafke, zo wordt althans beweerd. De vloek die ze uitsprak voor ze uitgedreven werd, leek al meteen daarna z’n uitwerking te hebben. Op de zwartgeblakerde grond rond de afgebrande staakmolen groeide niets meer behalve de giftige moerasrozemarijn. De boeren hakten het weg, brandden de akkers af, maar niets hielp. Het onkruid kwam steeds weer terug. De velden aan het Bosduinven bleven onvruchtbaar. Het werd gezegd dat de vloek van de heks bewaarheid werd. Niemand uit de buurt dacht er ook maar een moment aan om het stuk grond aan het ven te kopen en er een huis te bouwen uit vrees dat ook de rest van de vloek van Alijt hen zou treffen. ‘Tot in 1890 Hendrik Vanderweyden, een Antwerpse diamantair, die de sage niet kende, het domein rondom de afgebrande molen aankocht. Het Bosduinven werd gedeeltelijk gedempt. Er werd een riant landgoed gebouwd, het huidige Huize Ten Bosduyn. In het jaar 1905, nog niet zo lang geleden dus, gebeurde het ongeluk. De enige zoon van Hendrik Vanderweyden werd geëlektrocuteerd toen hij in de feestzaal een kapotte elektrische lamp probeerde te vervangen. ‘Toen het voorval besproken werd in de herberg De Postiljon, op het Marktplein in Bosduin, waren de stamgasten het erover eens dat het bewijs geleverd was van de blijvende kracht van de vloek van de heks: “Wie die plek bewoont zal er een geliefde hebben die neergebliksemd wordt.” ‘Vier jaar geleden heeft de familie Vermeulen, ge weet wel, de sigarenmakers uit Loenhout, het landhuis gekocht en ze zijn er komen wonen. Of de vloek van de heks ook hen zal treffen, dat kan geen mens voorspellen. Maar in het dorp wordt wel gefluisterd dat het niet lang meer zal duren.’ ‘Zo, kinders, dat was het voor deze avond. Geeft allen moeder nog een pieper en kruipt in uw bedstede. Morgen is ’t weer vroeg dag.’ De kinderen gehoorzamen zonder tegenspreken, maar elk van hen zal nog in gedachten voortbreien aan de sage van de Witte Waker en van Alijt, de heks… tot de vaakluizen hen in slaap bijten.

deel 5

Einde van het verhaal
cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek