Het Bosduinmysterie – het boek
‘Ja, inderdaad, de vloek van de heks. In het jaar des Heren 1790 en later, al voor de tijd dat de schat in het ven verborgen werd, woonde een vrouw in een hutje aan de rand van het bos, dichtbij het ven, op de heide waar de oude staakmolen stond. De dorpelingen uit Gooreind noemden haar Alijt, de heks van het Bosduinven. Men zei dat ze de dochter was van een moerassluiper en een stroper uit Zundert. ‘Ze was kruidenmengster, vroedvrouw en genezeres. Ze kende plekken waar je het ven kon oversteken zonder in het moeras te verzinken. Ze sprak woorden in een taal die niemand begreep. Ze kon lezen en schrijven, wat toentertijd op zich al verdacht was. Ze las de toekomst in de kringen die een vallende eikel in het venwater maakte. ‘De dorpelingen zochten vaak haar hulp, bij ziekte of weeën, door de nood gedwongen. Ze hielp bij bevallingen, maakte zalfjes en kende remedies tegen reuma en “het nachtelijk benauwen”. ‘Maar tegelijk hadden ze een afkeer van haar en angst voor haar magische krachten. Men klopte bij haar aan voor kruidendrankjes tegen de koorts, maar liep met een boog om haar heen als de maan vol was, omdat ze dan zou praten met de geesten van overleden dorpelingen. ‘Ze werd aanzien als één van de Witte Wieven, vrouwen die bijzondere kennis en gaven bezaten om mens en dier te kunnen "belezen": ziek te maken of te genezen met een enkele blik en met magische gebaren en spreuken. Van Witte Wieven was geweten dat ze ’s nachts in de mist over de heide en de vennen zwierven, omgeven door dwaallichtjes. Men zei dat, als je hun naam drie keer riep, ze je de weg naar huis zouden wijzen — of je juist in de dieperik zouden trekken, in het moerassige ven.
‘Dan was er nog het verhaal van het pasgeboren kind dat niet ademde. Ze wreef het in met een mengsel van salie, bijvoet en hars, fluisterde een spreuk in een taal die niemand kende en het kind begon te huilen. ‘De moeder noemde het een wonder. De pastoor noemde het “duivelse bemoeienis”. Het kind groeide op tot een gezonde jongen, maar de pastoor bleef fluisteren dat Alijt “de dood had misleid met de hulp van de duivel.” ‘ ‘Alijt werd nooit vervolgd voor hekserij. Maar een heks was ze, daar was iedereen van overtuigd. En hoewel ze de dorpelingen hielp, werd ze uiteindelijk toch door hen verraden.’

De Sage van de Witte Waker

deel 4
Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Het Bosduinmysterie - bonusverhaal
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek

De Sage van

de Witte Waker

Het Bosduinmysterie bonusverhaal
‘Ja, inderdaad, de vloek van de heks. In het jaar des Heren 1790 en later, al voor de tijd dat de schat in het ven verborgen werd, woonde een vrouw in een hutje aan de rand van het bos, dichtbij het ven, op de heide waar de oude staakmolen stond. De dorpelingen uit Gooreind noemden haar Alijt, de heks van het Bosduinven. Men zei dat ze de dochter was van een moerassluiper en een stroper uit Zundert. ‘Ze was kruidenmengster, vroedvrouw en genezeres. Ze kende plekken waar je het ven kon oversteken zonder in het moeras te verzinken. Ze sprak woorden in een taal die niemand begreep. Ze kon lezen en schrijven, wat toentertijd op zich al verdacht was. Ze las de toekomst in de kringen die een vallende eikel in het venwater maakte. ‘De dorpelingen zochten vaak haar hulp, bij ziekte of weeën, door de nood gedwongen. Ze hielp bij bevallingen, maakte zalfjes en kende remedies tegen reuma en “het nachtelijk benauwen”. ‘Maar tegelijk hadden ze een afkeer van haar en angst voor haar magische krachten. Men klopte bij haar aan voor kruidendrankjes tegen de koorts, maar liep met een boog om haar heen als de maan vol was, omdat ze dan zou praten met de geesten van overleden dorpelingen. ‘Ze werd aanzien als één van de Witte Wieven, vrouwen die bijzondere kennis en gaven bezaten om mens en dier te kunnen "belezen": ziek te maken of te genezen met een enkele blik en met magische gebaren en spreuken. Van Witte Wieven was geweten dat ze ’s nachts in de mist over de heide en de vennen zwierven, omgeven door dwaallichtjes. Men zei dat, als je hun naam drie keer riep, ze je de weg naar huis zouden wijzen — of je juist in de dieperik zouden trekken, in het moerassige ven. ‘Dan was er nog het verhaal van het pasgeboren kind dat niet ademde. Ze wreef het in met een mengsel van salie, bijvoet en hars, fluisterde een spreuk in een taal die niemand kende en het kind begon te huilen. ‘De moeder noemde het een wonder. De pastoor noemde het “duivelse bemoeienis”. Het kind groeide op tot een gezonde jongen, maar de pastoor bleef fluisteren dat Alijt “de dood had misleid met de hulp van de duivel.” ‘ ‘Alijt werd nooit vervolgd voor hekserij. Maar een heks was ze, daar was iedereen van overtuigd. En hoewel ze de dorpelingen hielp, werd ze uiteindelijk toch door hen verraden.’

deel 4

cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek