Het Bosduinmysterie – het boek
kon verdrijven.’ Theofiel klopt zijn pijp uit in de haard, stopt er verse toebak in, steekt ‘m aan en zit voor zich uit te staren, alsof hij zelf de herinnering draagt aan het voorval met Boer Wannes. ‘Ge hebt gehoord wat vader gezegd heeft,’ richt moeder zich tot haar kinderen, ‘en ge weet wat hij ermee bedoelt: “Wie steelt wat hem niet toebehoort, oogst enkel kou in z’n hart.” Laat dat een les zijn die gij onthoudt. De Witte Waker lacht er nie mee!’ ‘En wat is dat dan van… die heks?’ vraagt Rosalie, die aan niets anders meer kan denken.
‘Zo verging het Boer Wannes, een man die meer van goud hield dan van zijn eigen ziel. Wannes was een rijke boer uit Achterbroek, maar zijn schuren waren nooit vol genoeg. Op een avond in herberg De Postiljon hoorde hij de oude mannen mompelen over de Witte Waker en de schat van Tongerlo. Terwijl anderen zich bekruisten, lachte Herman: "Een dode pater in een wit kleed? Ik heb een riek en een dreg, dat is meer dan genoeg om een spook te trotseren!" ‘Op een nacht dat de maan als een bleke sikkel boven de vennen hing, trok Herman met zijn sterkste paard en een zware dreg naar het Bosduinven. Hij voer het ven op in een punter, een platbodemschuit. Na uren zwoegen voelde hij weerstand. Met een ruk trok hij een zilveren miskelk omhoog, begroeid met algen maar onmiskenbaar van edelmetaal. Op dat moment werd het doodstil. De kikkers zwegen en een ijzige mist kroop als witte vingers over de oever. Daar, aan de overkant van het water, verscheen de Witte Waker. De gestalte hief traag zijn hand, maar Herman lachte alleen maar, voer naar de kant, smeet de kelk in zijn kar en gaf zijn paard de zweep. Hij dacht dat hij de weg naar zijn boerderij kende als zijn broekzak. ‘Maar na een uur draven, kwam hij niet bij zijn erf uit, maar bij dezelfde knoestige eik aan de rand van het ven, waar zijn schuit aan vastgebonden lag. Hij probeerde het opnieuw, sneller en meer verbeten nu, maar de mist werd zo dik dat hij zijn eigen paard niet meer zag. Toen begon de kelk te veranderen. Het zilver werd niet zwaarder in gewicht, maar kouder. De kou trok door de houten planken van de kar, tot in de teugels die Herman vasthield. Zijn vingers werden wit, toen blauw, en uiteindelijk voelden ze aan als ijspegels. Hij kon zijn handen niet meer openen; de teugels zaten vastgevroren aan zijn huid. De volgende ochtend vonden de dorpelingen de kar van boer Herman aan de rand van het Bosduinven. Het paard stond te trillen van angst, maar was ongedeerd. Herman zelf zat nog steeds op de bok, met een starre blik gericht op het water. Zijn handen waren nog rond de teugels geklemd, maar ze waren volledig gevoelloos geworden. Van de zilveren kelk was geen spoor meer te bekennen; op die plek in de kar lag enkel een plasje helder venwater. Herman heeft nooit meer een riek kunnen vasthouden en bracht de rest van zijn dagen door bij de haard, rillend van een kou die geen enkel vuur

De Sage van de Witte Waker

Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Creatief Koken de              passie kookvurige
privacy beleid
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
Vlaamse Cosy Crime Mysteries
Het Bosduinmysterie - bonusverhaal
deel 3
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek

De Sage van

de Witte Waker

Het Bosduinmysterie bonusverhaal
‘Zo verging het Boer Wannes, een man die meer van goud hield dan van zijn eigen ziel. Wannes was een rijke boer uit Achterbroek, maar zijn schuren waren nooit vol genoeg. Op een avond in herberg De Postiljon hoorde hij de oude mannen mompelen over de Witte Waker en de schat van Tongerlo. Terwijl anderen zich bekruisten, lachte Herman: "Een dode pater in een wit kleed? Ik heb een riek en een dreg, dat is meer dan genoeg om een spook te trotseren!" ‘Op een nacht dat de maan als een bleke sikkel boven de vennen hing, trok Herman met zijn sterkste paard en een zware dreg naar het Bosduinven. Hij voer het ven op in een punter, een platbodemschuit. Na uren zwoegen voelde hij weerstand. Met een ruk trok hij een zilveren miskelk omhoog, begroeid met algen maar onmiskenbaar van edelmetaal. Op dat moment werd het doodstil. De kikkers zwegen en een ijzige mist kroop als witte vingers over de oever. Daar, aan de overkant van het water, verscheen de Witte Waker. De gestalte hief traag zijn hand, maar Herman lachte alleen maar, voer naar de kant, smeet de kelk in zijn kar en gaf zijn paard de zweep. Hij dacht dat hij de weg naar zijn boerderij kende als zijn broekzak. ‘Maar na een uur draven, kwam hij niet bij zijn erf uit, maar bij dezelfde knoestige eik aan de rand van het ven, waar zijn schuit aan vastgebonden lag. Hij probeerde het opnieuw, sneller en meer verbeten nu, maar de mist werd zo dik dat hij zijn eigen paard niet meer zag. Toen begon de kelk te veranderen. Het zilver werd niet zwaarder in gewicht, maar kouder. De kou trok door de houten planken van de kar, tot in de teugels die Herman vasthield. Zijn vingers werden wit, toen blauw, en uiteindelijk voelden ze aan als ijspegels. Hij kon zijn handen niet meer openen; de teugels zaten vastgevroren aan zijn huid. De volgende ochtend vonden de dorpelingen de kar van boer Herman aan de rand van het Bosduinven. Het paard stond te trillen van angst, maar was ongedeerd. Herman zelf zat nog steeds op de bok, met een starre blik gericht op het water. Zijn handen waren nog rond de teugels geklemd, maar ze waren volledig gevoelloos geworden. Van de zilveren kelk was geen spoor meer te bekennen; op die plek in de kar lag enkel een plasje helder venwater. Herman heeft nooit meer een riek kunnen vasthouden en bracht de rest van zijn dagen door bij de haard, rillend van een kou die geen enkel vuur kon verdrijven.’ Theofiel klopt zijn pijp uit in de haard, stopt er verse toebak in, steekt ‘m aan en zit voor zich uit te staren, alsof hij zelf de herinnering draagt aan het voorval met Boer Wannes. ‘Ge hebt gehoord wat vader gezegd heeft,’ richt moeder zich tot haar kinderen, ‘en ge weet wat hij ermee bedoelt: “Wie steelt wat hem niet toebehoort, oogst enkel kou in z’n hart.” Laat dat een les zijn die gij onthoudt. De Witte Waker lacht er nie mee!’ ‘En wat is dat dan van… die heks?’ vraagt Rosalie, die aan niets anders meer kan denken.

deel 3

cosycrime.be Het huis van Uitgeverij / imprint: Noorderkempen Cosy Crime Press
Het Menu - klik en kijk
Vlaamse  Cosy Crime Mysteries
dorpsdetectives met pantoffelsuspense
HETSCHRIJVEN van straf idee tot boek