gezellig thuiskomen op de plaats delict
vlaamse cosy crime mysteries
THE MAKING OF…
6 - KEMPENSE COULEUR LOCALE
Naast
de
research
naar
sagen
en
volksvertellingen,
moest
ik
mij
ook
inleven
in
de
typische
woorden
en
uitdrukkingen
om
de
Kempense
couleur
locale
in
het
boek
voldoende
‘in
de
verf’
te
kunnen zetten.
Daar
zitten
dus
échte
pareltjes
tussen.
Een
paar
voorbeelden.
Een
knoteraar
,
dat
is
iemand
die
constant
zit
te
zeuren
of
te
mopperen;
een
labaier
,
dat
is
een
lawaaimaker
of
iemand
die
onrust
stookt
in
een
café.
Een
ouwe
taart
of
een
ouwe
knar,
tja,
dat
is
bijna
ABN.
Een
schijnheiligaard
en
een
pintenpakker,
daar
hoeft
ook
geen
tekeningetje
bij.
Anders
is
het
met
een
mageren
heikneuter
:
een
mager
persoon,
verwijzend
naar
de
arme
boeren
die
vroeger
op
de
schrale heide woonden.
De
mooiste
vind
ik
toch
deze:
een
vuilbak!
Dat
is
iemand
die
er
onverzorgd
uitziet
of
die
alles
eet
en
drinkt
wat
hij
voorgeschoteld
krijgt.
Dan
heb
je
nog
een
dikke
puit
:
een
hoogmoedig
persoon.
Laat
dit
nu
ook
de
spotnaam
zijn
voor
de
mensen
uit
Wuustwezel,
soms
ook
horten
genoemd.
Die
noemen
de
buren
in
Loenhout
de
kiekenfretters
.
Samen
noemen
ze
‘die
van
Kalmthout’:
de
heikneuters
.
Een
hint:
als
een
labeier
je
uitmaakt
voor
dofas
of
kloeffoot,
geef
die
kastaar
dan
gerust
een
klets
rond
z’n
oeiren
dat
ie
al
schuifelend naar huis pikkelt. Snappie?
HET BOSDUINMYSTERIE
het verhaal achter het verhaal
HALLOWEENMOORD
OP DE CAMPING
Deze website gebruikt enkel
functionele en privacyvriendelijke
analytische cookies