gezellig thuiskomen op de plaats delict
vlaamse cosy crime mysteries
THE MAKING OF…
Vijf
-
Als
Linda
(mijn
vrouw)
mij
een
opmerking
maakt,
dan
luister
ik
meestal.
Enfin,
soms
toch.
Nu
zei
ze
me:
“Schatje,
niet
slecht
wat
ge
hier
schrijft,
maar
véél
te
lang.
Geen
kat
die
dat
leest.”
En
ik
denk
dat
ze
gelijk
heeft,
want
ik
lees
op
facebook
ook
geen
teksten
van
15
cm
lang.
Dus,
vanaf
nu:
maximum
200
woorden per dag en dat er zijn er al 71 met deze uitleg.
Ik
heb
al
geschreven
hoe
belangrijk
research
is
voor
je
begint
met
schrijven.
Eén
van
de
verhaallijnen
in
het
Bosduinmysterie,
de
ruggengraat
zelfs,
is
een
sage,
een
oude
een
volksvertelling.
Die
wordt
verweven
met
de
gebeurtenissen
door
er
een
spannend
mysterieus sausje over te gieten.
Ik
wou
absoluut
zelf
een
sage
bedenken.
En
dan
begin
je
te
zoeken
naar
wat
er
al
bestaat.
De
Kempen
heeft
een
rijk
verleden
aan
volksverhalen!
Veel
daarvan
hadden
een
praktisch
nut!
Neem
nu
dat
van
de
“Korenpater”
:
volwassenen
verzonnen
er
horrorverhalen
over
om
te
voorkomen
dat
kinderen
de
gewassen
zouden
vertrappen
als
ze
in
de
korenvelden
gingen
spelen.
Er
werd
verteld
dat
de
Korenpater
met
de
zeis,
kinderen
zou
grijpen
als
ze
te
diep
het
graan
in
liepen.
Voilà
netjes
200
woorden.
Tot morgen!
Zes
-
Naast
de
research
naar
sagen
en
volksvertellingen,
moest
ik
mij
ook
inleven
in
de
typische
woorden
en
uitdrukkingen
om
de
Kempense
couleur
locale
in
het
boek
voldoende
‘in
de
verf’
te
kunnen zetten.
Daar
zitten
dus
échte
pareltjes
tussen.
Een
paar
voorbeelden.
Een
knoteraar,
dat
is
iemand
die
constant
zit
te
zeuren
of
te
mopperen;
een
labaier,
dat
is
een
lawaaimaker
of
iemand
die
onrust
stookt
in
een
café.
Een
ouwe
taart
of
een
ouwe
knar,
tja,
dat
is
bijna
ABN.
Een
schijnheiligaard
en
een
pintenpakker,
daar
hoeft
ook
geen
tekeningetje
bij.
Anders
is
het
met
een
mageren
heikneuter:
een
mager
persoon,
verwijzend
naar
de
arme
boeren
die vroeger op de schrale heide woonden.
De
mooiste
vind
ik
toch
deze:
een
vuilbak!
Dat
is
iemand
die
er
onverzorgd
uitziet
of
die
alles
eet
en
drinkt
wat
hij
voorgeschoteld
krijgt.
Dan
heb
je
nog
een
'dikke
puit':
een
hoogmoedig
persoon.
Laat
dit
nu
ook
de
spotnaam
zijn
voor
de
mensen
uit
Wuustwezel,
soms
ook
‘horten’
genoemd.
Die
noemen
de
buren
in
Loenhout
‘de
kiekenfretters’.
Samen
noemen
ze
‘die
van
Kalmthout’:
de
heikneuters.
Een
hint:
als
een
labeier
je
uitmaakt
voor
dofas
of
kloeffoot,
geef
die
kastaar
dan
gerust
een
klets
rond
z’n
oeiren
dat
ie
al
schuifelend naar huis pikkelt. Snappie?
HET BOSDUINMYSTERIE
het verhaal achter het verhaal
Deze website gebruikt enkel
functionele en privacyvriendelijke
analytische cookies